ECLI:NL:RBHAA:2012:BW7672
Rechtbank Haarlem · 05-06-2012 · zaaknummer 15/700117-12
Inhoudsindicatie
Promis; bekennende verklaring; diefstallen; diefstal benzine; diefstal kentekenplaten; autodiefstallen. Verdachte heeft zich, meestal samen met een ander, schuldig gemaakt aan een aanzienlijk aantal vermogensdelicten waaronder autodiefstallen, de diefstal van verschillende kentekenplaten en van benzine. Door het zich toe-eigenen van diverse voertuigen en deze te voorzien van valse kentekenplaten hebben verdachte en zijn mededader deze voertuigen gedurende een geruime periode kunnen gebruiken zonder dat ontdekt kon worden dat het om gestolen voertuigen ging. Bovendien heeft verdachte mede daardoor diverse malen kunnen tanken zonder dat hij daarvoor betaalde en zonder dat gemakkelijk achterhaald kon worden dat hij degene was die dat deed. Het stelen van auto's, kentekenplaten en benzine betreft ergerlijke feiten die voor de benadeelden naast schade voornamelijk veel overlast met zich brengen. Deze feiten zijn niet alleen ergerlijk maar brengen voor de benadeelden bovendien (forse) financiële schade mee. Bij het plegen van deze feiten heeft verdachte zich louter laten leiden door zijn eigen behoeften en zich in het geheel niet bekommerd om de schade en overlast die hij veroorzaakte. Daar komt bij dat talloze eerdere veroordelingen en het feit dat hij net één maand op vrije voeten was verdachte er niet van weerhouden hebben in een korte periode opnieuw een aantal vermogensdelicten te plegen. Dat rekent de rechtbank hem aan. Uit voornoemd rapport van Palier komt naar voren dat de kans op recidive groot wordt geacht en dat het voor verdachte moeilijk is om een zelfstandig bestaan op te bouwen. Hoewel de reclassering constateert dat hij wantrouwend is naar hulpverleners en moeite heeft om de regie uit handen te geven, heeft verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis te kennen gegeven open te staan voor beschermd of begeleid wonen. In dat kader is verdachte inmiddels aangemeld voor Exodus. Nu bij verdachte sprake is van een complexe problematiek heeft de GGZ Reclassering Palier aangegeven dat zij de mogelijkheid zou willen hebben om verdachte te behandelen tijdens een kortdurende klinische opname, welke binnen het kader van een ambulante behandeling bij De Waag kan plaatsvinden. De reclassering adviseert om aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Hoewel de rechtbank enige twijfels heeft omtrent de daadwerkelijke bereidheid van verdachte de hem aangeboden begeleiding te aanvaarden zal de rechtbank, gelet op het reclasseringsadvies en de eis van de officier van justitie, bepalen dat een gedeelte van die straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de voorwaarde van behandeling en begeleiding door de reclassering. De rechtbank zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank acht verplichte begeleiding door GGZ Reclassering Palier alsmede de geadviseerde behandeling noodzakelijk ter voorkoming van recidive. Daarom zal de rechtbank bepalen dat de reclassering de mogelijkheid heeft verdachte voor maximaal zeven weken verplicht te laten opnemen indien dit noodzakelijk wordt geacht. Een dergelijke verplichting zal als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden. Daarnaast zal de rechtbank als bijzondere voorwaarde aan verdachte de verplichting opleggen dat hij na zijn invrijheidstelling zal verblijven bij de Stichting Exodus of een soortgelijke instelling. Ten slotte zal de rechtbank bepalen en als bijzondere voorwaarde aan verdachte opleggen dat hij gehouden is een geldbedrag van € 252,- aan medeverdachte [medeverdachte 1] te betalen. Dit bedrag betreft de helft van het bedrag dat [medeverdachte 1] volgens de uitspraak van deze rechtbank in diens zaak (parketnummer 15/700097-12), als schadevergoeding dient te betalen aan de benadeelde partij [slachtoffer 1]. Nu de vordering van die benadeelde partij om onduidelijke redenen niet is gevoegd in de zaak tegen verdachte (het voegingsformulier benadeelde partij vermeldt enkel het parketnummer van de strafzaak tegen [medeverdachte 1]), zal de betaling van die gehonoreerde vordering immers geheel ten laste van [medeverdachte 1] komen. Deze situatie acht de rechtbank niet in overeenstemming met de omstandigheid dat de rechtbank met het openbaar ministerie bewezen acht dat verdachte en [medeverdachte 1] de onder 1 en 3 bewezen verklaarde feiten samen hebben gepleegd en dus ook samen voor de door die feiten toegebrachte en nog niet anderszins vergoede schade aansprakelijk zijn.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
