ECLI:NL:RBHAA:2012:BV8887
Rechtbank Haarlem · 23-02-2012 · zaaknummer 15-801487-11
Inhoudsindicatie
Promis; invoer verdovende middelen te Schiphol; invoer cocaïne te Schiphol; strafmaatverweer; recidive. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van circa 1,20 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat zijn cliënt door de (drugs)organisatie dusdanig onder druk is gezet dat hij ertoe over is gegaan verdovende middelen te smokkelen. Hoewel van een overmachtsituatie in het onderhavige geval geen sprake is, is er wel degelijk een dusdanige mate van druk op verdachte uitgeoefend dat daarmee in het kader van het bepalen van de strafmaat ten voordele van verdachte rekening dient te worden gehouden, aldus de raadsman. Anders dan de raadsman acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat verdachte bij het door hem begane strafbare feit op enigerlei wijze onder druk is gezet door personen behorende tot de (drugs)organisatie dan wel dat hij door hen is bedreigd. Niet alleen heeft verdachte wisselende verklaringen afgelegd over die al dan niet op hem uitgeoefende druk, ook heeft hij aangegeven een beloning voor het transport te zullen ontvangen, hetgeen eerder een aanwijzing oplevert dat verdachte niet onder druk is gezet of is bedreigd. Dat verdachte zich mogelijk onder druk voelde staan omdat hij zijn baan als chauffeur niet wilde kwijtraken, kan aan voornoemde conclusie evenmin afdoen. De raadsman van verdachte heeft bepleit aan verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen nu hij zich samen met zijn zwangere vriendin en kind in Nederland wenst te gaan vestigen en in het kader van zijn levensonderhoud op zoek dient te gaan naar een baan. De snelste manier hiertoe is het aan zijn cliënt opleggen van een werkstraf zodat deze direct aan het werk kan, aldus de raadsman. De rechtbank volgt de raadsman ook hierin niet aangezien zij gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde een vrijheidsbenemende straf passend en geboden acht. Evenmin ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van verdachte noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan aanleiding een deel van de op te leggen vrijheidsbenemende straf in voorwaardelijke vorm op te leggen, zoals ook nog door de raadsman is bepleit. Bij het bepalen van de duur van deze straf neemt de rechtbank ten nadele van verdachte in aanmerking dat verdachte, blijkens het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 november 2011, eerder is veroordeeld ter zake van in de Opiumwet strafbaar gestelde feiten. Immers, op 2 oktober 2009 is verdachte door de politierechter van deze rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) maanden, waarvan twee (2) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, wegens een soortgelijk feit als het onderhavige. Kennelijk heeft deze veroordeling onvoldoende effect gesorteerd, nu verdachte slechts een maand na het verstrijken van de proeftijd - de proeftijd liep tot 16 oktober 2011 - heeft gerecidiveerd. De rechtbank weegt deze omstandigheid in strafverzwarende zin mee.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
