ECLI:NL:RBHAA:2011:BV6449
Rechtbank Haarlem · 16-09-2011 · zaaknummer 519006
Inhoudsindicatie
Werkneemster vordert in kort geding primair) veroordeling van haar vorige werkgeefster tot het gehengen en gedogen van concurrerende werkzaamheden voor haar huidige werkgeefster vanaf 1 oktober 2011, subsidiair) matiging of schorsing van het concurrentiebeding van werkneemster met haar vorige werkgeefster vanaf die datum. De primaire vordering wordt afgewezen, omdat het een constitutieve uitspraak betreft die zou moeten zijn gebaseerd op het definitieve oordeel van de voorzieningenrechter dat, wat er ook zij van de inhoud van het concurrentiebeding, dit in ieder geval inmiddels verlopen is. Dat oordeel moet aan de bodemrechter worden overgelaten. De secundaire vordering tot matiging van het concurrentiebeding wordt afgewezen, omdat dit eveneens een constitutionele uitspraak vereist. De secundaire vordering tot gedeeltelijke schorsing wordt toegewezen. De door de voormalige werkgeefster ingestelde tegenvorderingen worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
