ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0699
Rechtbank Haarlem · 16-11-2011 · zaaknummer 174622 / HA ZA 10-1444
Inhoudsindicatie
Verzet dwangbevel. Last onder dwangsom opgelegd voor het kappen van ongeveer 1000 fruitbomen die in strijd met het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij in de teeltvrije zone staan, met begunstigingstermijn van vier weken. Betrokkene heeft - na afloop van de begunstigingstermijn - bezwaar ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De voorzitter ABRS schorst het dwangsombesluit op moment dat de dwangsom reeds volledig is verbeurd. In bezwaar wordt de last onder dwangsom gedeeltelijk gegrond verklaard en wordt de omschrijving van de lasten aangepast (voor 492 bomen was in de last de perceelsaanduiding onjuist, hetgeen in de beslissing op bezwaar wordt hersteld). Deze beslissing op bezwaar is door de voorzitter ABRS geschorst. Uiteindelijk heeft de ABRS het beroep tegen de beslissing op bezwaar ongegrond verklaard, waardoor de schorsing is geëindigd. Het hoogheemraadschap vordert de verbeurde dwangsommen in. De rechtbank oordeelt dat voor zover het genoemde 492 bomen betreft de last onder dwangsom in bezwaar is herroepen en daarvoor in de plaats een nieuw besluit is genomen waarbij betrokkene de last is opgelegd om deze 492 bomen te verwijderen, waarbij de begunstigingstermijn van vier weken is aangevangen op de datum van het nieuwe besluit. Nu de voorzitter ABRS de beslissing op bezwaar heeft geschorst is daarmee ook de daarbij opgelegde last geschorst. Nadat de schorsing was geëindigd heeft betrokkene de betreffende 492 bomen binnen de begunstigingstermijn gekapt. Ten aanzien van deze bomen is dan ook geen sprake van overtreding van het Lozingenbesluit en zijn geen dwangsommen verbeurd. Het hoogheemraadschap heeft de op genoemde bomen betrekking hebbende dwangsommen ten onrechte als verbeurd beschouwd en ingevorderd. Het verzet is in zoverre gegrond. Voor het overige wordt het verzet ongegrond verklaard. Voor de overige bomen geldt dat de maximale dwangsommen geheel zijn verbeurd en dat het hoogheemraadschap gerechtigd is deze dwangsommen in te vorderen. De omstandigheid dat de behandeling van het (eerste) schorsingsverzoek van betrokkene door de voorzitter ABRS dermate lang heeft geduurd dat de schorsingsuitspraak pas is gedaan toen alle dwangsommen al volledig waren verbeurd, staat niet aan rechtmatige invordering van de dwangsommen in de weg.
Rechters
Advocaten
- I.H. van den Berg
- P.F.M. Deijkers
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
