ECLI:NL:RBHAA:2011:BU9520
Rechtbank Haarlem · 04-11-2011 · zaaknummer 15/741452-10
Inhoudsindicatie
Meervoudige strafkamer; promisvonnis; (voortgezette) handeling van mensenhandel; oplegging deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een proeftijd van 3 jaren. Het verweer van de raadsvrouw van verdachte dat ten aanzien van feit 3 niet duidelijk is wie het slachtoffer 'een vrouw bekend als S.' is en de dagvaarding betreffende dat deel nietig moet worden verklaard, faalt. Gelet op de inhoud van het dossier en met name zaaksdossier 5 en de daarin opgenomen verklaringen van medeverdachte F. bestaat redelijkerwijs geen twijfel wie met deze vrouw wordt bedoeld. Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat verdachte - die in haar verhoren bij de politie hierover is bevraagd - ook van deze uitleg van de tenlastelegging is uitgegaan. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 april 2011 blijkt tevens dat de officier van jusstie op vragen van de raadsvrouw heeft meegedeeld dat genoemde S. in de tenlastelegging het nichtje van van medeverdachte F. is. Naar het oordeel van de rechtbank moet verdachte worden vrijgesproken van hetgeen haar ten laste is gelegd onder feit 2 betrekking hebbende op de periode van 4 januari 2008 tot 1 september 2010, voor zover dit ziet op andere handelingen dan het dwingen/bewegen van G. om seks te hebben met de huurbaas van de woning van verdachte. Voor die andere handelingen bevindt zich met betrekking tot voormelde periode onvoldoende bewijs in het dossier. Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank dat, anders dan de raadsvrouw van verdachte heeft betoogd, de verklaringen van zowel C. als medeverdachte F. - voor zover voor het bewijs gebezigd - geloofwaardig zijn en voldoende steun vinden in elkaars verklaringen en overige bewijsmiddelen. De enkele omstandigheid dat C. op het kantoor van de raadsvrouw van verdachte in het bijzijn van twee onbekend gebleven mannen op hoofdlijnen een andere verklaring heeft afgelegd, brengt niet mee dat haar eerdere verklaringen niet voor het bewijs zouden mogen worden gebruikt. Die eerdere verklaringen zijn genoegzaam consistent en meer gedetailleerd en worden door de rechtbank meer betrouwbaar geacht dan de op 26 september 2011 afgelegde verklaring op het kantoor van de raadsvrouw van verdachte. Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank, anders dan in de zaak van medeverdachte F. is geoordeeld, het ten laste gelegde wat betreft C. wettig en overtuigend bewezen nu het bij dit feit gaat om grensoverschrijdende mensenhandel en dus anders dan het onder feit 1 ten laste gelegde mensenhandel. Eventuele samenhang tussen de feiten komt tot uitdrukking in de toepassing van artikel 55 e.v. van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van drie jaren. De rechtbank acht - anders dan de officier van justitie - de kans op herhaling aanwezig en legt een langere proeftijd op om dat recidivegevaar terug te dringen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
