ECLI:NL:RBHAA:2011:BU3802
Rechtbank Haarlem · 18-10-2011 · zaaknummer 15-801524-10
Inhoudsindicatie
Promis; invoer verdovende middelen; invoer cocaïne; opzet. De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Hij heeft hiertoe (kort gezegd) aangevoerd dat de verklaring van verdachte dat de zakken met snoepjes buiten zijn medeweten in zijn handbagage terecht zijn gekomen, niet als onaannemelijk terzijde kan worden geschoven. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Verdachte heeft zowel ter terechtzitting als bij de Koninklijke Marechaussee consistent en niet op voorhand onaannemelijk verklaard over het doel zijn reis en dat hij zelf over voldoende middelen beschikte om deze reis te kunnen maken. Met betrekking tot de zakken met snoepjes waarin naar later bleek cocaïne zat, heeft verdachte verklaard dat hij deze voor de douanecontrole nooit had gezien. Bij de douane heeft verdachte weliswaar verklaard dat hij de snoepjes op Zanderij heeft gekocht, maar de rechtbank kan op grond van het dossier niet vaststellen of deze verklaring ziet op voornoemde snoepjes. Het staat immers vast dat verdachte ook andere snoepwaren bij zich had waarvan niet is vastgesteld dat deze cocaïne bevatten. Voorts is de rechtbank niet gebleken van enig motief bij verdachte om tot het (opzettelijk) invoeren van cocaïne over te gaan. De conclusie is dat verdachte van het opzettelijk, ook in voorwaardelijke zin, binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne moet worden vrijgesproken. Deze conclusie laat onverlet, dat verdachte onvoorzichtig is geweest en dat deze onvoorzichtigheid hem ook kan worden verweten. Verdachte is immers verantwoordelijk voor zijn eigen bagage. Het is een feit van algemene bekendheid dat tussen Suriname en Nederland veelvuldig verdovende middelen worden gesmokkeld, zodat met name op dat traject alertheid is geboden daar waar het gaat om het in het oog houden van de eigen bagage. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in het vliegtuig op enig moment van zitplaats is veranderd, maar daarbij zijn handbagage niet met zich mee heeft genomen. In de handbagage van verdachte is een forse hoeveelheid cocaïne aangetroffen. Verdachte heeft klaarblijkelijk onvoldoende zorg voor zijn bagage betracht en nagelaten zijn handbagage daarna te controleren. In zoverre heeft verdachte schuld ten aanzien van het ten laste gelegde feit. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van ruim 1,7 kilogram cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde is de rechtbank van oordeel dat slechts een vrijheidsbenemende straf als passende straf in aanmerking komt. Bij het bepalen van de duur van deze straf houdt de rechtbank ten voordele van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van het met betrekking tot verdachte uitgebrachte rapport door de Reclassering Nederland, afdeling Lelystad, d.d. 8 januari 2011.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
