ECLI:NL:RBHAA:2011:BT8681
Rechtbank Haarlem · 21-09-2011 · zaaknummer 505428 CV EXPL 11-4295
Inhoudsindicatie
Vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag. Gevolgencriterium. Stuiting van de verjaringstermijn van artikel 7:683 BW door instelling van een nieuwe vordering binnen zes maanden nadat de eerste vordering niet tot toewijzing heeft geleid (artikel 3:316 lid 2 BW) ."Piercing the corporate veil". De instelling van de nieuwe vordering levert geen misbruik van recht of onrechtmatige daad op. De enkele omstandigheid dat voor werknemer geen financiële voorziening is getroffen, maakt het ontslag niet kennelijk onredelijk. Geen feiten en omstandigheden die meebrengen dat de nadelige gevolgen van de beëindiging van de arbeidsrelatie geheel of ten dele voor rekening van werkgever dienen te komen. De kantonrechtersformule leent zich niet voor de vaststelling van de omvang van de schade wegens kennelijk onredelijk ontslag.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
