Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBHAA:2011:BT1549

Rechtbank Haarlem · 09-09-2011 · zaaknummer 15/800711-11

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Op 22 mei 2011 werd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, door een persoon na een vlucht vanuit Punta Cana (Dominicaanse Republiek) een hoeveelheid van ongeveer 9.877,8 gram van een stof bevattende cocaïne Nederland ingevoerd. Hij gaf bij zijn aanhouding aan mee te willen werken aan een observatie teneinde een mogelijke afhaler van de cocaïne te onderkennen. Teneinde de afhaler te ontmoeten had de koerier een kopie van een omslag van het boek getiteld 'De Celestijnse Belofte' bij zich en volgens de koerier zou de afhaler het boek bij zich hebben, aan de hand waarvan zij elkaar zouden moeten herkennen. De koerier en verdachte hebben elkaar ontmoet en zijn een toiletruimte ingegaan, waar werd geconstateerd dat verdachte met de koerier in een douchecabine stond waarvan de douche aan stond. Hierop is verdachte ook aangehouden. Bij zijn aanhouding was verdachte in het bezit van een op zijn naam staande Schipholpas en een zwart grijze Adidas sporttas, waarin zich onder andere het boek bevond 'De Celestijnse Belofte'. In de woning waar verdachte toentertijd veelal verbleef is een kopie van een foto aangetroffen met daarop de afbeelding van de koerier. Vrijspraak primair ten laste gelegde feit De rechtbank komt tot deze conclusie, omdat blijkens de inhoud van het dossier noch uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is waaruit al enige betrokkenheid van verdachte blijkt bij de feitelijke invoer van een hoeveelheid cocaïne. Uit verklaringen van verdachte kan volgen dat hij mogelijk pas voor het eerst tezamen en in vereniging met een of meer anderen eventuele op de invoer van cocaïne gerichte handelingen heeft verricht nádat deze cocaïne al was ingevoerd en in beslag genomen. Deze handelingen kunnen dan niet meer betrekking hebben op het primair ten laste gelegde feit, wel op het subsidiair ten laste gelegde feit. Bewezenverklaring subsidiair ten laste gelegde feit (strafbare voorbereidingshandelingen) De rechtbank komt tot de slotsom dat verdachte zich samen met een (of meer) ander(en) opzettelijk heeft belast met de ontvangst en/of de overdracht van cocaïne. Daarmee is voldaan aan de delictsomschrijving van artikel 10a van de Opiumwet. Daaraan doet niet af dat inmiddels ingetreden omstandigheden (de inbeslagneming van de cocaïne) de verwezenlijking van dit misdrijf achteraf in de weg stonden, omdat (ook) de door verdachte ná de inbeslagneming aangevangen voorbereidingshandelingen op zich zelf al strafbaar zijn gesteld (vgl. HR 13 maart 2001, LJN AB0494, NJ 2001/338).

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.