ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ8165
Rechtbank Haarlem · 01-06-2011 · zaaknummer 15/801426-10
Inhoudsindicatie
Verwerping verweer onrechtmatig verkregen bewijs ivm burgerpseudodienstverlening. Verwerping verweer verklaring getuige bezigen tot bewijs in strijd met Europese jurisprudentie. Medeplegen invoer cocaine: afhaler. "De medewerking van H. aan het onderzoek van de Koninklijke Marechaussee naar mogelijke afhalers kan naar het oordeel van de rechtbank niet aangemerkt worden als burgerpseudodienstverlening. Van burgerpseudodienstverlening is sprake indien een burger bijstand verleent aan de opsporing door goederen of diensten van een verdachte af te nemen, dan wel diensten aan een verdachte te verlenen (artikel 126ij Sv). H. heeft geen goederen of gegevens van verdachte afgenomen en evenmin heeft H. diensten verleend aan verdachte als bedoeld in artikel 126ij Sv. Men heeft H. slechts zijn weg laten vervolgen en handelingen laten verrichten die hij reeds voornemens was te verrichten met als doel het onderkennen van de afhalers. Deze handelingen bestonden, voor zover uit het dossier blijkt, uitsluitend uit het aannemen van binnenkomende telefoontjes en het ontvangen van instructies, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank niet als het verlenen van een dienst aan die verdachte valt aan te merken. Ook het reserveren van een hotelkamer kan niet worden aangemerkt als het verlenen van een dienst aan verdachte. Bij dit alles is H. overigens voortdurend onder observatie geweest van opsporingsambtenaren. (..) De Hoge Raad heeft onder meer in zijn arrest van 5 januari 2010 (LJN: BJ6932) overwogen dat in het licht van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) het tot het bewijs bezigen van een ambtsedig proces-verbaal voor zover inhoudende een niet ter terechtzitting afgelegde en de verdachte belastende verklaring niet zonder meer ongeoorloofd en in het bijzonder niet onverenigbaar is met artikel 6, eerste lid en derde lid aanhef en onder d van het EVRM. Van onverenigbaarheid zoals hiervoor omschreven is in ieder geval geen sprake indien de verdediging in enig stadium van het geding, hetzij op de terechtzitting hetzij daarvoor, de gelegenheid heeft gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen. De enkele omstandigheid dat een getuige die voor een rechter is opgeroepen en aldaar is verschenen, weigert te verklaren, brengt niet mee dat inbreuk wordt gemaakt op het door artikel 6, derde lid aanhef en onder d van het EVRM gewaarborgde recht. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dan ook dat de enkele omstandigheid dat S. zich bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris, als getuige in onder andere de zaak tegen verdachte, heeft beroepen op zijn verschoningsrecht en geen antwoord heeft gegeven op vragen van de verdediging, niet de conclusie rechtvaardigt dat de eerder bij de politie afgelegde verklaring dientengevolge niet tot het bewijs gebezigd mag worden. Daar komt nog bij dat S. ter terechtzitting tevens als getuige in de zaken tegen medeverdachten is gehoord en aldaar wel heeft verklaard. Van de mogelijkheid hem ter terechtzitting te ondervragen had de verdediging van verdachte desgewenst ook gebruik kunnen maken, hetgeen zij echter heeft nagelaten. Van strijd met artikel 6 EVRM is derhalve geen sprake."
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
