Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBHAA:2011:BP8672

Rechtbank Haarlem · 14-03-2011 · zaaknummer 15-710025-09

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Promis; kinderpornografie; kinderporno; downloaden kinderpornografie; downloaden kinderporno; partiele vrijspraak; redelijke termijn; 240b Sr; 6 EVRM. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografie. De rechtbank overweegt dat het bezit van kinderporno buitengewoon verwerpelijk is, met name omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot worden gesteld grote psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen kan nalaten. Verdachte heeft hierbij kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen behoeftebevrediging voorop gesteld. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar zeker ook degenen die kinderporno bezitten. De rechtbank neemt bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf mede in aanmerking dat, hoewel het een groot aantal afbeeldingen betreft, het in het onderhavige geval afbeeldingen betreft bestaande uit het poseren van minderjarige kinderen, dat verdachte deze afbeeldingen slechts twee maal heeft gedownload en dat verdachte gelet op zijn bekentenis en gelet op het feit dat verdachte zelf hulp heeft gezocht en behandeling heeft ondergaan bij de GGZ Noord-Holland Noord, polikliniek forensische psychiatrie - zoals blijkt uit voornoemde rapporten - ervan heeft blijk gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Daar komt bij d at verdachte een zogeheten blanco strafblad heeft. Voorts is de rechtbank van oordeel dat in de voorliggende zaak als redelijke termijn voor de berechting in eerste aanleg heeft te gelden een termijn van twee jaar. Nu er reeds tussen het verhoor van verdachte op 8 december 2008 en de behandeling ter terechtzitting van 28 februari 2011 een termijn van ruim twee jaar is verstreken, is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een behandeling binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, hetgeen de rechtbank bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf mede in aanmerking zal nemen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.