ECLI:NL:RBHAA:2011:BP2596
Rechtbank Haarlem · 28-01-2011 · zaaknummer 15-710402-08
Inhoudsindicatie
Overtreding van artikel 6 WVW 1994 en artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b WVW 1994. Dodelijk ongeval fietser. Verwerping verweer raadsman dat tenlastelegging v.w.b. feit 1 niet voldoende feitelijk en duidelijk is omschreven. Gelet op inhoud van het proces-verbaal van opsporing en de opstelling van de verdediging, is voldoende duidelijk welk verwijt verdachte wordt gemaakt. Betoog raadsman dat geen sprake is van schuld zoals bedoeld in artikel 6 VWV 1994 faalt, omdat verdachte niet die maatregelen heeft getroffen om als automobilist haar rijgedrag af te stemmen op alle relevante omstandigheden. De betreffende weg waar het ongeval heeft plaatsgevonden is een relatief smalle weg die openstaat voor verkeer van noord naar zuid en vice versa waarop tevens aan weerszijden op 50 cm van de rand van de weg onderbroken strepen zijn aangebracht. Fietsers en voetgangers moeten van dezelfde weg gebruik maken. Verdachte heeft niet ter verbetering van de zichtbaarheid van de overige verkeersdeelnemers bijvoorbeeld groot licht gevoerd of de snelheid aangepast en/of geconcentreerd gereden, teneinde de medeweggebruikers, waaronder fietsers en voetgangers, tijdig te kunnen waarnemen en daarop te kunnen reageren. Verdachte heeft verklaard niets gezien te hebben, ook in de korte spanne tijd dat het slachtoffer in de lichtbundel van de auto was verschenen. Tevens verwerping verweer raadsman dat verdachte van het onder 2 ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken, omdat zij is gestopt na het horen van een doffe klap, is teruggekeerd en heeft gekeken maar niets heeft gezien, naar huis is gereden en nadat ze de exacte schade aan haar auto had gezien, met haar man is teruggegaan, zij zijn gaan zoeken maar weer niets hebben gevonden, naar huis zijn gegaan en vervolgens de politie te hebben gebeld. Verdachte wist niet en kon ook niet redelijkerwijs vermoeden dat zij een persoon had aangereden. De rechtbank oordeelt dat verdachte zich had moeten realiseren, nadat zij een klap hoorde en naar eigen zeggen niets had gezien, dat het hebben aangereden van een persoon tot de mogelijkheid behoorde. Er is immers niets dat impliceert dat het niet een persoon was met wie ze in aanraking was gekomen. Zij had daarom zo snel mogelijk moeten stoppen om zich ervan te vergewissen wat of wie bij de aanrijding was betrokken, temeer nu het pikdonker was en het vinden van de plaats van de aanrijding daarom problemen zou kunnen opleveren, hetgeen ook is gebleken. Door zover door te rijden als verdachte heeft gedaan, heeft zij de plaats van het ongeval niet kunnen terugvinden en is aan het slachtoffer geen hulp geboden. Dat het slachtoffer reeds kort na het ongeval zou zijn overleden en hulp niet meer zou hebben gebaat, zoals de raadsman heeft betoogd, acht de rechtbank niet aannemelijk op grond van het sectierapport waarin staat de ongevalsgevolgen het overlijden niet kunnen verklaren.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
