ECLI:NL:RBHAA:2010:BO9067
Rechtbank Haarlem · 18-11-2010 · zaaknummer 15-800903-10
Inhoudsindicatie
Promis. Meervoudige kamer van de rechtbank Haarlem, locatie Schiphol, veroordeelt verdachte wegens het medeplegen van witwassen en het medeplegen van voorwerpen en gegevens voorhanden hebben, wetende dat zij bestemd zijn tot het plegen van enig in artikel 232, eerste lid, Sr omschreven misdrijf tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden. Gevoerde verweren: Geen sprake van innerlijk tegenstrijdige tenlastelegging, omdat het op de tenlastelegging vermelde wetsartikel geen onderdeel uitmaakt van die tenlastelegging en bovendien vermeldt de tenlastelegging zowel het weten als het redelijkerwijs vermoeden, gezien de toevoeging van het woord 'althans'. Geen sprake van bewijsuitsluiting van verklaring verdachte bij douane op grond van het niet geven van de cautie omdat op het moment dat de douane-ambtenaren de onbekende apparatuur bij verdachte aantroffen, nog geen sprake was van een vermoeden van schuld en dus nog geen verplichting was verdacht de cautie te geven. Er is wel sprake van bewijsuitsluiting van de verklaring van verdachte tegenover de douane vanwege het feit dat verbalisant de Spaanse taal, in welke taal de vragen aan verdachte zijn gesteld, slechts enigszins machtig was. Hierdoor is niet uit te sluiten dat enige miscommunicatie is ontstaan. Geen bewijsuitsluiting van de verklaring van verdachte van 24 juli 2010 te 17.15 uur omdat verdachte niet in de gelegenheid is gesteld een advocaat te raadplegen, dan wel niet uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van dit recht. De rechtbank overweegt hiertoe dat verdachte op 24 juli 2010 om 13.55 uur is aangehouden en dat om 14.29 uur een piketmelding is uitgegaan. Verdachte is om 17.15 uur gehoord. Daarmee was een deel van de tijd om verdachte voor verhoor op te houden, te weten 6 uren, reeds verstreken. Uit het betreffende proces-verbaal blijkt dat verdachte is gevraagd of hij bereid was een verklaring af te leggen, waarin hij toestemde. Er is derhalve geen sprake van schending van het consultatierecht. Tevens geen bewijsuitsluiting van het proces-verbaal AH-031 wegens door de raadsman gestelde schending van de verbaliseringsplicht zoals bedoeld in artikel 152 Sv. De rechtbank overweegt daartoe dat een spoedige vastlegging van een proces-verbaal afhangt van de omstandigheden van het geval. Gelet op het feit dat het een lastig technisch onderzoek betrof en sprake was van vele onderzoeksvragen, kan de rechtbank zich voorstellen dat dit onderzoek enige tijd in beslag heeft genomen. Dit blijkt ook uit het proces-verbaal van ambtshandeling (AH-022a) waarin is verbaliseerd dat op 24 augstus 2010 het onderzoek naar de laptop nog gaande was en kennelijk reden was waarom het proces-verbaal op een latere datum is gesloten. De rechtbank ziet ook overigens geen reden om aan de betrouwbaarheid van dit proces-verbaal te twijfelen. Verdachte en medeverdachte zijn op Schiphol aangehouden terwijl zij in het bezit waren van skimapparatuur en een geldbedrag van 27.500 euro. Verdachte heeft van de meeste voorwerpen ontkend dat ze van hem zijn en hij heeft ook ontkend dat een gedeelte van het geld van hem was. Tevens heeft hij ontkend dat de in beslag genomen laptop van hem is. Hij kon echter niet verklaren hoe zijn salarisgegevens, creditcardgegevens en boekingsgegevens op die laptop waren terecht gekomen. Voorts is sprake van veel tegenstrijdigheden in de verklaringen van verdachte en medeverdachte in samenhang met betrekking tot o.a. het reisdoel, de aankoop van grond in Mexico waarvoor geld moet worden geleend en het aantreffen van een groot aantal aan skimming gerelateerde goederen bij verdachte en medeverdachte. Op grond van alle feiten en omstandigheden - in onderlinge samenhang bezien - concludeert de rechtbank dat de onder verdachte en medeverdachte aangetroffen sommen geld middellijk of onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte en medeverdachte dit wisten. Op grond van het voorhanden hebben van het contante geldbedrag waar geen aannemelijk verklaring voor is gegeven en het bij zich hebben van skimmingapparatuur waarop ook reisgegevens van beide verdachten stonden, het samen op reis naar Mexico gaan en daar samen in hetzelfde appartement hebben verbleven, beiden de terugvlucht naar dezelfde datum hebben vervroegd, dezelfde soort verklaring hebbenb afgelegd over het doel van de reis, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat zij in nauwe en bewuste samenwerking de ten laste gelegde feiten hebben gepleegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
