ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6971
Rechtbank Haarlem · 29-11-2010 · zaaknummer 175609/ HA RK 10-128
Inhoudsindicatie
Wraking. Een procesbeslissing vormt op zichzelf geen grond voor het oordeel dat de vrees bij een partij voor partijdigheid van de rechter in de hoofdzaak gerechtvaardigd is, ook als die beslissing voor die partij negatief uitvalt of die partij anderszins onwelgevallig is. Bijkomende omstandigheden kunnen dat anders maken, met name indien uit de context van die procesbeslissing of uit de wijze van motivering op zichzelf vooringenomenheid van de rechter zou blijken. Ook indien de rechter naar aanleiding van het laatste woord van partijen verzoekster zou hebben toegesproken op de wijze zoals door haar in haar verzoekschrift staat verwoord ("De rechter heeft tegen verzoekster gezegd dat zij eens de kant van de wederpartij moest bezien en dat indien zij in die positie zou hebben verkeerd de man ook over de tafel zou hebben getrokken"), kan dit naar het oordeel van de wrakingskamer niet tot het oordeel leiden dat de vrees bij verzoekster voor partijdigheid van de rechter gerechtvaardigd is. Gelet op de aard van het geding, een familiezaak over omgang tussen een kind en een van zijn ouders, moet aan de rechter een zekere ruimte worden gegund om partijen voor te houden hoe hun verklaringen op andere procesdeelnemers kunnen overkomen. Bedoelde opmerking van de rechter dient redelijkerwijs te worden opgevat als het voorhouden aan verzoekster van de mogelijkheid om zich in te leven in de positie van de wederpartij.
Rechters
Advocaten
- I.M.B. Kramer
- Mr. W.N. Sardjoe
- W.N. Sardjoe
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
