Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6464

Rechtbank Haarlem · 30-11-2010 · zaaknummer 15-800944-10

Strafrecht; Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

witwassen, verklaringen bruikbaar voor bewijs, vormverzuim, beroep op 359a Sv, wisselende verklaringen, geen aannemelijke verklaring voor aanwezig geldbedrag. De meervoudige strafkamer van de rechtbank Schiphol veroordeelt verdachte ter zake van witwassen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen en verklaart het in beslag genomen geldbedrag verbeurd. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende. De drie door douaneambtenaar [ambtenaar 1] geconstateerde slikkerscriteria zijn op zich zelf onvoldoende om te kunnen spreken van objectieve feiten en omstandigheden waaruit een redelijk vermoeden van schuld aan overtreding van de Opiumwet, of enig ander strafbaar feit, voortvloeit, zoals bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering. De omstandigheid dat douaneambtenaar [ambtenaar 1] op grond van zijn bevindingen personeelsleden van het Schipholteam heeft verzocht de douanecontrole over te nemen, doet daaraan niet af. Bij de vervolgens door voornoemde douaneambtenaren bij verdachte uitgevoerde lijfsvisitatie is een bedrag van 19.985,00 euro aangetroffen. Ook het aantreffen van dit bedrag is naar het oordeel van de rechtbank noch op zichzelf, noch in samenhang met de drie slikkercriteria bezien, voldoende om te spreken van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering. De douaneambtenaren [ambtenaar 2], [ambtenaar 3] en [ambtenaar 1] waren derhalve, conform de algemene douanebevoegdheden voortvloeiend uit de Algemene Douanewet, gerechtigd om zonder voorafgaande cautie aan verdachte controlevragen te stellen over het onder hem aangetroffen geldbedrag. Eerst op grond van de door verdachte gegeven antwoorden op deze controlevragen, in samenhang met de wijze waarop verdachte het geld vervoerde, is een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit ontstaan en is aan verdachte de cautie gegeven Derhalve is geen sprake van enig (onherstelbaar) vormverzuim en dient het beroep van de raadsvrouw op artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering te worden verworpen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte, dat het bij hem aangetroffen geld afkomstig is uit zijn handel, zo onwaarschijnlijk dat zij deze bij de vorming van haar bewijsoordeel zonder meer ter zijde stelt. In zoverre wijkt onderhavige geval dan ook af van de casus zoals die voorlag in het door de raadsvrouw aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 13 juli 2010 (LJN: BM0787). Immers in dat arrest was er sprake van een concrete, min of meer verifieerbare en niet zonder meer onwaarschijnlijke verklaring voor de herkomst van het geld. In zoverre faalt de vergelijking van de raadsvrouw tussen dat- en onderhavig geval aldus. Naar het oordeel van de rechtbank is de verklaring van verdachte er in casu slechts op gericht de waarheid te verhullen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.