ECLI:NL:RBHAA:2010:BO2789
Rechtbank Haarlem · 03-11-2010 · zaaknummer 15/840025-10
Inhoudsindicatie
promis vonnis, onderzoek Roemex, skimmen, criminele organisatie, geldigheid dagvaardig, bevoegdheid rechtbank, leidende rol, artikel 232 Sr, artikel 234 Sr, witwassen, De meervoudige kamer van de rechtbank Schiphol veroordeelt verdachte wegens een 5 losse skimincidenten, artikel 234 Sr, witwassen en deelname aan een criminele organisatie tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat de dagvaarding nietig is en overweegt daartoe als volgt. Het in het kwalificatieve gedeelte van de tenlastelegging opgenomen bestanddeel ‘valselijk opmaken van betaalpassen’ heeft mede feitelijke betekenis. De ‘valsheid’ is in het vervolg van de tenlastelegging voldoende feitelijk omschreven, doordat de handelingen op grond waarvan volgens het Openbaar Ministerie het opmaken van de betaalpassen valselijk is gedaan, daarin zijn opgenomen. Verder houdt de tenlastelegging in de laatste zinsneden in dat met die gekopieerde gegevens (frauduleuze) geldopnames ten laste van de rechtmatige eigenaren van die originele betaalpassen/bankpassen zijn gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de dagvaarding daarmee aan de eisen die artikel 261, eerste lid, Sv daaraan wat betreft de opgave van het feit stelt. Het in de tenlastelegging geduide strafbare feit en de omschreven handelingen die de uitwerking daarvan vormen, dienen in onderling verband te worden bezien. Daarbij is geen sprake van (innerlijke) tegenstrijdigheid of inconsistentie. bevoegdheid rechtbank: De tenlastelegging houdt dus in dat sprake is van een verdenking waarbij de de uitvoering van de tenlastegelegde feiten telkens in Nederland is begonnen en zich daar voor een substantieel deel heeft voltrokken. Nu de tenlastegelegde feiten ook voorzover zij deels in het buitenland hebben plaatsgevonden hun oorsprong vinden in Nederland is de rechtbank bevoegd kennis te nemen van de onder 1, 2, 4 en 5 tenlastegelegde feiten. Gelet op het voorgaande geldt hetzelfde voor het onder 8 tenlastegelegde feit, deelname aan een criminele organisatie. Gezien de leidende rol van verdachte, de grote hoeveelheid geskimde passen, de grote hoeveelheid aangetroffen skimapparatuur en de periode waarin verdachte aan de activiteiten heeft deelgenomen, is de rechtbank van oordeel dat – uit het oogpunt van normhandhaving en (generale) preventie, – met geen andere straf kan worden volstaan dan één die een langdurige vrijheidsbeneming met zich brengt. Alles afwegende acht de rechtbank dat de door de officier van justitie gevorderde straf recht doet aan de ernst en de aard van de feiten, zodat de rechtbank de officier van justitie in haar eis zal volgen. In hetgeen door of namens de verdachte is aangevoerd ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden en de strafmaat, ziet geen reden om tot matiging van die straf over te gaan, te minder nu verdachte slechts zeer summiere verklaringen daarover heeft afgelegd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
