ECLI:NL:RBHAA:2010:BM9782
Rechtbank Haarlem · 06-05-2010 · zaaknummer 15/740842-09
Inhoudsindicatie
Kennelijk leugenachtige verklaring verdachte. Poging tot moord. Opzet en voorbedachte rade. Geen noodweersituatie: verwerping noodweer(exces). "Daaruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte niet in een opwelling heeft gehandeld, maar dat zijn daad kennelijk het gevolg is geweest van een enige tijd tevoren genomen besluit en dat hij in het tijdsverloop tussen het besluit en de uitvoering daarvan tijd had zich te beraden over het te nemen of genomen besluit, zodat de gelegenheid heeft bestaan dat hij over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft nagedacht en zich daarvan rekenschap heeft gegeven. Het opzet op de dood van aangever ligt besloten in de aard van de gedraging, te weten het met een vuurwapen met een kaliber van .22 van dichtbij op het onderlichaam van aangever schieten. Daarmee heeft verdachte - minst genomen - welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het schot de dood van aangever tot gevolg zou hebben. Daarbij betrekt de rechtbank in haar oordeel dat die kans aanmerkelijk was, omdat de buikholte een deel van het lichaam is, waarin schietverwondingen gemakkelijk potentieel dodelijk letsel kunnen veroorzaken. Daaraan doet niet af dat adequaat en snel medisch ingrijpen veelal het intreden van de dood kan voorkomen. (..) De rechtbank stelt vast dat verdachte doelbewust meerdere malen, gewapend met een pistool de confrontatie heeft opgezocht met aangever, laatstelijk zelfs op het moment dat deze zich al in zijn woning bevond. Op het moment dat aangever werd neergeschoten was er tussen hem en verdachte een afstand van ongeveer 5 meter gelegen. De rechtbank is van oordeel dat er in deze situatie niet gesproken kan worden van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachte door aangever, op grond waarvan er voor verdachte noodzaak tot verdediging bestond. Integendeel was het juist verdachte die de confrontatie heeft opgezocht ruim twee minuten na de vechtpartij, terwijl hij alle gelegenheid heeft gehad zich te distantiëren. Daarenboven is op grond van het verhandelde ter terechtzitting niet aannemelijk geworden dat aangever een beweging zou hebben gemaakt dat hij een vuurwapen zou trekken."
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
