ECLI:NL:RBHAA:2007:BD9894
Rechtbank Haarlem · 10-12-2007 · zaaknummer 15/700572-07
Inhoudsindicatie
De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem spreekt verdachte vrij van mensenhandel en van het plegen van voorbereidingshandelingen tot het vervalsen van bijv. bankpassen. Dit oordeel baseert de rechtbank op het volgende: In het begrip “bewegen tot”, zoals bedoeld in artikel 273f Wetboek van Strafrecht, ligt besloten dat het moet gaan om een situatie waarin door verdachte en/of haar mededaders misbruik wordt gemaakt van de situatie van het slachtoffer, waardoor deze wordt bewogen tot het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen. Op grond van de in het onderhavige dossier voorkomende bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat daaruit, behalve de verklaring van aangeefster [slachtoffer] zelf, niet volgt dat verdachte en haar medeverdachten het oogmerk hebben gehad om [slachtoffer] ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen. Zo blijkt uit het dossier niet van gedragingen van de zijde van verdachte en/of haar medeverdachten waardoor die [slachtoffer] is bewogen, althans door welke gedragingen bij haar het wilsbesluit is gewekt om als prostituee te zullen gaan werken. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit is de rechtbank van oordeel dat de enkele aanwezigheid van een skimapparaat en 102 kaarten met blanco magneetstrip in een plastic draagtas die is gelegen in een niet afgesloten kast op de tweede verdieping van de woning aan de [adres], van welke tas medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat deze van hem is, onvoldoende is om aan te nemen dat verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] en/of anderen zich aan dit feit schuldig heeft gemaakt. Van een bewuste samenwerking en/of gezamenlijke uitvoering is ook overigens niet gebleken. Ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen oordeelt de rechtbank het volgende: Van de onder [verdachte] in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie gevorderd dat deze goederen thans in beslag gehouden moeten worden onder medeverdachte [medeverdachte]. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze ter zitting gedane vordering niet worden toegewezen, nu daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. Handhaving van een op de voet van artikel 94 gelegd beslag onder een andere verdachte dan de verdachte waaronder de goederen in beslag zijn genomen, kan naar het oordeel van de rechtbank slechts krachtens een daartoe verkregen schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris als bedoeld in artikel 103 van het Wetboek van Strafvordering.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
