ECLI:NL:RBHAA:2007:BB3505
Rechtbank Haarlem · 12-09-2007 · zaaknummer 343480 CV EXPL 07-3389
Inhoudsindicatie
Arbeidszaak. De arbeidsovereenkomst is met toestemming van het CWI opgezegd wegens beëindiging bedrijfsactiviteiten. Voor werknemer is geen afvloeiingsregeling getroffen. Werknemer vordert schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging. Geen kennelijk onredelijke opzegging als bedoeld in artikel 7:681 lid 2 sub a BW (voorgewende of valse reden) nu het CWI heeft geoordeeld dat het besluit om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen niet op onredelijke gronden tot stand is gekomen. Ook geen kennelijk onredelijke opzegging ingevolge artikel 7:681 lid 2 sub b BW (gevolgenciriterium). Het enkele feit dat geen afvloeiingsregeling is getroffen maakt het ontslag niet kennelijk onredelijk. De gevolgen van de opzegging voor de werknemer zijn, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, niet te ernstig in vergelijking met het belang van de werkgever bij de opzegging.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
