ECLI:NL:RBHAA:2007:BB0191
Rechtbank Haarlem · 19-07-2007 · zaaknummer 337175 CV EXPL 07-742
Inhoudsindicatie
Arbeidszaak. Na een vechtpartij op de werkvloer wordt eiser (in 1994) op staande voet ontslagen. In een bodemprocedure heeft eiser nietigverklaring van het ontslag en wedertewerkstelling in de eigen werkzaamheden op de afdeling 'houdbaar' in het distributiecentrum van gedaagde gevorderd, op straffe van een dwangsom. De vordering is toegewezen bij vonnis van 22 juli 2004. In een daarna door gedaagde aangespannen kort geding is eiser veroordeeld de executie van het vonnis van 22/7/2004 te staken totdat in hoger beroep is beslist. In hoger beroep heeft het gerechtshof bij arrest van 6 april 2006 het vonnis van de kantonrechter vernietigd en gedaagde veroordeeld om eiser weder te werk te stellen in het distributiecentrum, op straffe van een dwangsom. Gedaagde heeft eiser vervolgens opgeroepen voor werkzaamheden op de afdeling 'vers' van het distributiecentrum. Eiser heeft dit geweigerd, waarna gedaagde eiser opnieuw op staande voet heeft ontslagen op 17 juli 2006. Bij beschikking van de kantonrechter is de arbeidsovereenkomst, voor zover deze nog bestaat, ontbonden tegen 14 augustus 2006. Bij vonnis van 14 september 2006 heeft de voorzieningenrechter eiser veroordeeld de tenuitvoerlegging van het arrest van 6 april 2006 te staken. Eiser vordert naast nietigverklaring van het ontslag van 17 juli 2006 en doorbetaling van het salaris tot 14 augustus 2006, verklaring voor recht dat gedaagde de dwangsommen uit het vonnis van 22 juli 2004 en uit het arrest van 6 april 2006 heeft verbeurd, alsmede buiten effectstelling van het vonnis van de voorzieningenrechter van 14 september 2006. De kantonrechter is van oordeel dat het gedaagde vrij stond eiser op de afdeling 'vers' te werk te stellen. Het ontslag op staande voet van 17 juli 2006 is derhalve rechtsgeldig gegeven. De vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen. De vordering tot doorbetaling van het salaris wordt eveneens afgewezen, nu als onweersproken is komen vast te staan dat gedaagde tot de dag van het tweede ontslag op staande voet met eiser heeft afgerekend. De kantonrechter acht zich bevoegd om van het executiegeschil kennis te nemen. De kantonrechter is van oordeel dat het vonnis van 22 juli 2004 geen rechtsgevolgen meer kan hebben, nu het hof dit vonnis heeft vernietigd voor wat betreft de wedertewerkstelling en de opgelegde dwangsommen. De vordering tot verklaring voor recht dat gedaagde de dwangsommen uit dit vonnis heeft verbeurd, wordt derhalve afgewezen. Het zelfde geldt voor de gevorderde verklaring voor recht dat gedaagde de dwangsommen uit het arrest van 6 april 2006 heeft verbeurd alsmede de gevorderde buiten effect stelling van het vonnis van 14 september 2006, nu is geoordeeld dat gedaagde aan het arrest van het hof van 6 april 2006 heeft voldaan.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
