ECLI:NL:RBHAA:2007:BA9723
Rechtbank Haarlem · 04-07-2007 · zaaknummer 337739 CV EXPL 07-1458
Inhoudsindicatie
Na opzegging door gedaagde van (beveiligings)overeenkomst, vordert eiseres betaling van de eindfactuur. Gedaagde betwist de vordering en voert daartoe aan dat eiseres creditering van de factuur heeft toegezegd. Eiseres erkent de toezegging, maar stelt deze dezelfde dag te hebben ingetrokken, omdat de door gedaagde aangevoerde gronden niet op waarheid bleken te berusten. De kantonrechter leest hierin een beroep op artikel 3:44 lid 3 BW (vernietigbaarheid van een rechtshandeling op grond van bedrog). Nu eiseres heeft voldaan aan de ingevolge artikel 211 lid 3 Rv op haar rustende substantiëringsplicht en gedaagde eerst bij conclusie van dupliek (en slechts in algemene termen) heeft betwist onjuiste informatie aan eiseres te hebben verstrekt, wordt zijn verweer als onvoldoende gemotiveerd verworpen. De vordering wordt toegewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
