ECLI:NL:RBHAA:2007:BA3960
Rechtbank Haarlem · 11-04-2007 · zaaknummer 15/030268-04
Inhoudsindicatie
Vrijspraak ter zake van afpersing, art. 317 Sr. Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 is ten laste gelegd. De rechtbank stelt vast dat de aangifte, los van de vraag of de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is, geen steun vindt in de overige bewijsmiddelen die zich in het dossier bevinden. De rechtbank constateert dat uit het dossier naar voren komt dat er druk op [slachtoffer] is uitgeoefend om een geldbedrag te betalen. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij samen met [medeverdachte 2], [slachtoffer] heeft opgezocht bij het pannenkoekenrestaurant en dat zij hem hebben gechanteerd met het bekend maken van zijn buitenechtelijke relatie. Uit geen enkel ander bewijsmiddel dan de aangifte komt naar voren dat [slachtoffer] is bedreigd met geweld, dan wel dat hem is medegedeeld dat zijn vrouw en vriendin onder handen zouden worden genomen. Derhalve dient verdachte naar het oordeel van de rechtbank te worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd. Zie ook BA3935 en BA3961.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
