ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ6595
Rechtbank Haarlem · 19-01-2007 · zaaknummer 130518 - KG ZA 06-588
Inhoudsindicatie
Bij onderhavig kort geding tot opheffing van een conservatoir beslag laat de voorzieningenrechter zich bij de beoordeling in de eerste plaats leiden door het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2006, RvdW 2006, 670, waarin geoordeeld werd over een vordering in kort geding tot opheffing van een conservatoir beslag, op de grond dat de vordering tot verzekering waarvan dat beslag was gelegd, door de bodemrechter in eerste aanleg is afgewezen, maar tegen welk vonnis hoger beroep was ingesteld. Ook in dat geval, aldus de Hoge Raad, dienen de wederzijdse belangen van partijen te worden afgewogen. De omstandigheid dat de bodemrechter in eerste aanleg in de hoofdzaak reeds uitspraak heeft gedaan, dient daarbij wél te worden meegewogen, maar is niet zonder meer beslissend. In het onderhavige geval ligt de casus enigszins anders, omdat niet sprake is van een vordering die in eerste instantie afgewezen is en waartegen appel is ingesteld, maar van een vordering die eerder in twee instanties is afgewezen, maar waarover thans een vordering tot herroeping ex artikel 382 Rv. aanhangig is. Maar de gedachtegang van genoemd arrest kan wel worden gevolgd, in die zin dat als hoofdvordering heeft te gelden de vordering tot herroeping ex artikel 382 Rv. Gekeken moet dus worden - naast de wederzijdse belangen van partijen - in hoeverre summierlijk van de ondeugdelijkheid van de vordering tot herroeping gebleken is. Het te herroepen arrest dient daarbij wél te worden meegewogen, maar is niet zonder meer beslissend. Dat neemt niet weg dat de herroepingsvordering uiteraard zeer kritisch bezien moet worden, omdat herroeping een bijzonder rechtsmiddel is dat slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is. Nu voldoende de deugdelijkheid van de vordering tot herroeping is gebleken, wordt de vordering tot opheffing van het beslag afgewezen.
Rechters
Advocaten
- H.J.A. Knijff
- M. Middeldorp
- M.M.J. Nuijten
- O. Hammerstein
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
