ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6201
Rechtbank Haarlem · 09-08-2006 · zaaknummer 124806 - HA ZA 06-722
Inhoudsindicatie
Erfrecht. Artt. 4:6, 4:7 4:63 4:78, 4:79, 4:80, 4:90 BW. Incidentele vorderingen op grond van artikel 223 Rv. De eerste vordering van eisers (legitmarissen) wordt afgewezen omdat de rechtshandelingen die gedaagden na het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van erflater hebben verricht of nog zullen verrichten, waarvoor het verbod wordt gevorderd, geen invloed hebben op de waarde van de nalatenschap en daarmee evenmin op de waarde van de legitimaire massa. De tweede vordering wordt afgewezen omdat voor de beoordeling daarvan vereist is dat vast staat dat sprake is van begiftiging van gedaagden, welke vraag echter in de hoofdzaak beantwoord dient te worden.
Rechters
Advocaten
- A.A.H. Bruinhof
- A.V. Paardekooper
- P.R. Starink
- W.Th
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
