ECLI:NL:RBHAA:2006:AY3522
Rechtbank Haarlem · 26-04-2006 · zaaknummer 100465/ HA ZA 04-427
Inhoudsindicatie
Na bewijslevering oordeelt de rechtbank dat eiser niet in het hem opgedragen bewijs van zijn stelling dat de gevorderde schade aan zijn auto geheel is veroorzaakt door de (in het tussenvonnis voorshands als vaststaand aangenomen) aanrijding tussen de auto van gedaagde sub 1 en de geparkeerd staande auto van eiser. Hoewel uit de toedracht van de aanrijding aannemelijk is dat daaruit enige schade zal zijn ontstaan, dient de vordering thans toch te worden afgewezen, nu uit de stellingen van eiser niet kan worden afgeleid welke schade dit betreft, zodat ten aanzien daarvan geen bewijsopdracht meer wordt verstrekt. In het tussenvonnis is overwogen dat de vordering jegens gedaagde sub 1 in beginsel voor toewijzing gereed lag. Dit kan gezien de bewoordingen "in beginsel" niet worden aangemerkt als een bindend eindoordeel. De vorderingen van eiser worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
- A. de Boer
- M. Middeldorp
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
