ECLI:NL:RBHAA:2004:AT8636
Rechtbank Haarlem · 16-03-2004 · zaaknummer E 83938/2002 en VV 84120/2002
Inhoudsindicatie
Weliswaar wordt in artikel 826 lid 1 sub b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering(Rv) bepaald dat voorlopige voorzieningen die op de kinderen betrekking hebben hun kracht behouden totdat het gezag overeenkomstig artikel 1: 253 p van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is begonnen, maar de rechtbank is van oordeel dat, nu artikel 827 Rv ook de mogelijkheid biedt om een nevenvoorziening te treffen omtrent de hoofdverblijfplaats en deze is op te vatten als een voorziening in een geschil omtrent het gezag, analoog aan het bepaalde in artikel 826 lid 1 sub b Rv kan worden geoordeeld dat, nu omtrent deze hoofdverblijfplaats een, zij het voorlopige, beslissing wordt gegeven, de voorlopige voorzieningen omtrent de minderjarige ook in dit geval hun kracht verliezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
