ECLI:NL:RBHAA:2003:AF8265
Rechtbank Haarlem · 27-02-2003 · zaaknummer AWB 02/90709
Inhoudsindicatie
Leefgeld / ama / beëindiging verstrekkingen. De afwijzing van de asielaanvraag is in 1997 onherroepelijk geworden. Verzoekster is thans 24 jaar en ontvangt een uitkering van leefgeld. De uitkering wordt uitbetaald door de stichting Nidos, die daartoe geld ontvangt van het Ministerie van Justitie, Directie Jeugd en Criminaliteitspreventie. Verzoekster is meegedeeld dat de uitkering van leefgeld per 23 december 2002 zal worden beëindigd. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningrechter merkt als besluit aan de brief van de minister van Justitie van 8 november 2002, waarin is meegedeeld dat op 24 december 2002 de subsidie in leefgeld en bijkomende kosten voor verzoekster zal worden beëindigd. Dit besluit betreft een beslissing over een financiële uitkering ten behoeve van verzoekster in haar hoedanigheid van meerderjarige, uitgeprocedeerde asielzoekster, die de minister via de stichting Nidos betaalbaar stelt. In dit geding kan derhalve tegen de minister - en niet tegen Nidos - een voorziening worden getroffen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de minister de uitkering van leefgeld ten onrechte (reeds) beëindigd per 23 december 2002. Verzoekster is ten onrechte anders behandeld dan andere (meerderjarige) uitgeprocedeerde asielzoekers van wie de opvangvoorzieningen worden beëindigd. Weliswaar is de uitkering van leefgeld en de beëindiging gebaseerd op een andere regeling, namelijk de circulaire ‘Beëindiging financiering van uitgeprocedeerde (ex)ama’s’ van 13 juni 2002, maar niet valt in te zien waarom de criteria voor beëindiging in die circulaire afwijken van de criteria voor beëindiging van opvangvoorzieningen voor andere meerderjarige, vóór 11 februari 2000 uitgeprocedeerde asielzoekers, die opvangvoorzieningen kregen op basis van de Regeling opvang asielzoekers en de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997, voor wie de Herziene werkwijze Stappenplan III geldt. De minister had in eerdere circulaires ook aangekondigd deze groepen gelijk te behandelen. Uitgangspunt van dat stappenplan is dat de voorzieningen (slechts) niet worden beëindigd als de vreemdeling voldoende medewerking aan vertrek uit Nederland verleent, maar hij desondanks nog niet heeft kunnen afreizen. Niet is onderzocht of verzoekster kon aantonen te hebben meegewerkt aan terugkeer naar Ethiopië. Zij heeft recent wel dergelijke stappen ondernomen. Evenmin is rekening gehouden met het advies van de commissie Van Dijk, dat in Stappenplan III wordt nagevolgd, dat eerst sprake is van niet meewerken indien op zorgvuldige wijze aan de vreemdeling is kenbaar gemaakt welke (inspannings)verplichtingen gericht op terugkeer van haar worden verwacht, alvorens tot niet meewerken kan worden geconcludeerd. Toewijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- E. Faber
- G.M.H. Hoogvliet
- I.J.M. Oomen
- R. Quint
- T. Sterkman
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Minister van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
