ECLI:NL:RBHAA:2002:AN7525
Rechtbank Haarlem · 28-11-2002 · zaaknummer 87160/02
Inhoudsindicatie
De kinderrechter overweegt in dit verband allereerst dat, gelet op het bepaalde in artikel 1:258 BW de gezinsvoogdij-instelling ter uitvoering van haar taak in het kader van de ondertoezichtstelling een schriftelijke aanwijzing kan geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De kinderrechter kan ingevolge artikel 1:259BW de aanwijzing vervallen verklaren. Bij de beoordeling van de noodzaak een schriftelijke aanwijzing te geven komt aan de gezinsvoogdij-instelling een zekere beleidsvrijheid toe. Dit betekent dat de kinderrechter, gegeven de taak van de gezinsvoogd, beziet of de gezinsvoogd voldoende gronden heeft om de schriftelijke aanwijzing op te leggen. Daarbij is met name ook van belang of de aanwijzing in overeenstemming met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals aangegeven in de Algemene wet bestuursrecht, is gegeven.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
