Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBHAA:2000:AA6883

Rechtbank Haarlem · 25-04-2000 · zaaknummer AWB 98-2451 AWBD v18 G35

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Onderscheid in bijdrage tussen gehuwden en ongehuwden t.a.v. zak- en kleedgeld gerechtvaardigd en derhalve niet in strijd met art. 26 Bupo dan wel art. 1 GW; evenmin strijd met deze artt. t.a.v. "vrijlating eigen bijdrage". Beroep tegen ongegrondverklaring van bezwaren tegen besluiten inhoudende de eigen bijdrage, geldend voor de periode van 1 juli 1997 tot en met 30 juni 1998. Rechtbank: Naar het oordeel van de rechtbank is, anders dan eisers stellen, ten aanzien van zak- en kleedgeld bij gehuwden - het gaat hier dan met name om zakgeld - wel degelijk schaalvoordeel aanwezig. Daarbij valt te denken aan bepaalde vakantie- en vervoerskortingen, abonnementen, het ontvangen van bezoek, aanschaf van audio/video-apparatuur of computer e.d.. Naar het oordeel van de rechtbank is de positie van gehuwden wat betreft de besteding van zakgeld anders dan die van alleenstaanden. Derhalve kan niet worden gesproken van gelijke gevallen. Onder deze omstandigheden is het onderscheid dat in het Besluit en de Bijdrageregeling wordt gemaakt ten aanzien van zak- en kleedgeld gerechtvaardigd en is er geen strijd met art. 1 GW en art. 26 Bupo. Het betoog van eisers dienaangaande faalt derhalve. T.a.v. de "vrijlating eigen bijdrage" overweegt de rechtbank dat niet in geschil is dat deze is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten die eisers maken om aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank is hier eveneens sprake van schaalvoordelen voor gehuwden, zoals bij het ontvangen van bezoek, bepaalde reiskortingskaarten die door beiden kunnen worden gebruikt etc. Met verwijzing naar hetgeen hiervoor t.a.v. het zak- en kleedgeld is overwogen, is de rechtbank dan ook van oordeel dat met betrekking tot de „vrijlating eigen bijdrage" gehuwden eveneens in een andere positie verkeren dan alleenstaanden, zodat geen sprake is van gelijke gevallen. Gelet hierop zijn het Besluit en de Bijdrageregeling Zorg op dit punt evenmin in strijd met art. 1 GW en art. 26 Bupo. Tenslotte is de rechtbank van mening dat eisers tijdig wisten of hadden kunnen weten dat als gevolg van de gewijzigde berekening van de eigen bijdrage per 1 juli 1997 een inkomensverandering zou kunnen optreden. Gelet op de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (o.a. 8-10-1987 en 17-12-1987, RSV 1988/185 en RSV 1988/177) is de rechtbank dan ook van oordeel dat in dit geval, met het met terugwerkende kracht opleggen van de voor eisers per 1 juli 1997 geldende eigen bijdrage, het beginsel van rechtszekerheid niet is geschonden. Beroepen ongegrond. Onderlinge Waarborgmaatschappij Zilveren Kruis, Ziekenfonds U.A. te Rotterdam, verweerder. mrs. M.J. Boogaart, Th. Seylhouwer, mr. L.F. Roseval

Advocaten

  • H.M. van Dam

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.