ECLI:NL:RBGRO:2011:BP1890
Rechtbank Groningen · 04-01-2011 · zaaknummer 117147 / FA RK 10-692
Inhoudsindicatie
Na indiening van het verzoekschrift tot vervangende toestemming tot erkenning van het minderjarige kind van partijen heeft de vrouw haar huidige partner toestemming verleend om het kind te erkennen. Onder verwijzing naar de uitspraak van 31 mei 2002 (LJN AE0745) en van 9 april 2004 (LJN AO1337) van de Hoge Raad stelt de rechtbank vast dat vanaf het moment van indiening van het verzoek van de man tot daarop definitief is beslist, de vrouw slechts voorwaardelijke toestemming tot erkenning kon verlenen aan haar partner. Die toestemming heeft alleen gevolg indien de rechtbank het verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning zal afwijzen. De belangen van de man en het minderjarige kind bij erkenning wegen naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dan de belangen van de vrouw bij afwijzing van het verzoek van de man. De man wordt vervangende toestemming tot erkenning verleend, zodat de toestemming van de vrouw tot erkenning van het kind door haar partner geen gevolg zal hebben en op grond van artikel 1:204, eerste lid, onder c, BW nietig is.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- E. Henkelman
- I. Lfil
- J. Bolt
- R.C.M. Wouters
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
