ECLI:NL:RBGRO:2004:AT6827
Rechtbank Groningen · 24-05-2004 · zaaknummer AWB 04/820 WW HOB
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft eiser medegedeeld dat hij met ingang van 29 december 2003 recht heeft op voortzetting van de loongerelateerde en vervolguitkering ingevolge de WW die eerder aan eiser was toegekend. Voorts is eiser medegedeeld dat hij geen recht heeft op een nieuwe kortdurende of een zogenoemde loongerelateerde en vervolguitkering omdat hij werkloos is geworden vanuit een cyclisch arbeidspatroon, waardoor eiser in perioden waarin hij niet of minder werkt geen recht heeft op een nieuwe WW-uitkering. [...] Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de laatstelijk door eiser verrichtte arbeid bij [inlener] moet worden aangemerkt als seizoenmatige arbeid. Daarbij is niet in geschil dat die werkzaamheden tijdens het campagneseizoen zijn verricht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
