ECLI:NL:RBGRO:2001:AB1708
Rechtbank Groningen · 26-04-2001 · zaaknummer AWB 00/311 HOREC V01
Inhoudsindicatie
Geen sprake van een recht om ter zitting te verschijnen; voortvarende afhandeling van de zaak weegt mede gelet op voortvarende afdoening van andere aanhangige zaken zwaarder dan het belang van eiser om zelf te verschijnen. Beroep ingesteld tegen ongegrond verklaard bezwaarschrift, gericht tegen afwijzing van twee aanvragen om vergunning op grond van de Drank- en Horecawet. In verband met detentie kon eiser niet aanwezig zijn ter zitting, omdat het bevoegd gezag daarvoor geen toestemming gaf. Eisers gemachtigde is van mening dat de rechtbank uitstel van de zitting moet toestaan totdat eiser wel in staat is zelf te verschijnen, omdat eiser immers het recht heeft aanwezig te zijn. De rechtbank leidt uit de jurisprudentie van de ABRS, verwijzend naar ABRS d.d. 14 april 2000 (LJN AA5757), af dat er geen sprake is van een absoluut recht van verschijning ter zitting. Of dit het geval is, hang in de onderhavige zaak - die geen strafzaak is - af van de omstandigheden van het geval. De gemachtigde van eiser is niet ingegaan op de mogelijkheid toe te lichten dat verlof om ter zitting te verschijnen tijdig is aangevraagd, hoe het is aangevraagd en wat is gedaan toen het tot een weigering kwam. Het door de gemachtigde gehouden betoog, dat er op neerkomt dat dit een probleem van de rechtbank is, strijdt met voormelde jurisprudentie. De rechtbank stelt voorts vast dat de uitnodiging voor de zitting ruim tevoren is verstuurd en dat het schriftelijke deel van de behandeling van het beroep geen reden had opgeleverd om eiser op te roepen ter zitting te verschijnen. Eiser had en heeft een tot alle proceshandelingen bevoegde (rechtsgeleerd) gemachtigde die voor eiser het beroep heeft ingesteld, waarbij zowel op de feitelijke als de juridische grondslag van het besluit van verweerders is ingegaan. De rechtbank heeft daarin geen reden gezien om vragen aan eiser te stellen of het nodig dan wel wenselijk te achten dat eiser nog een toelichting ter zitting zou verschaffen. De gemachtigde van eiser heeft geen gebruik gemaakt van de hem ter zitting geboden gelegenheid om toe te lichten waarom hij het beroep voor eiser heeft ingesteld. Onder deze omstandigheden is er geen reden om het belang van verschijning ter zitting zwaarder te doen wegen dan het belang van een voortvarende behandeling van de onderhavige zaak, mede gezien het algemeen belang van een voortvarende behandeling van de andere bij de rechtbank aanhangige zaken. De rechtbank maakt dan ook geen gebruik van de bevoegdheid om het onderzoek ter zitting te schorsen. Gedeputeerde staten van de provincie Groningen, verweerders. mr. A.H.J. Lennaerts
Rechters
Advocaten
- A. Deze
- O.B. Volkerts
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
