Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBGRO:2001:AB1243

Rechtbank Groningen · 14-03-2001 · zaaknummer AWB 99/793 en AWB 99/805 BESLU V01

Bestuursrecht; Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ten tijde van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit ex art. 2.1 Wvg moet een niet-agrarische van het feitelijk gebruik afwijkende bestemming op het perceel liggen. Voor bepaling van het tijdstip wanneer die bestemming erop rust, moet aansluiting worden gezocht bij de WRO. Aanwijzing gronden waarop de artt.10 tot en met 24, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn. Het bepaalde in art. 2 Wvg brengt mee dat sprake moet zijn van een op het betreffende perceel ten tijde van het in werking treden van het aanwijzingsbesluit (primair of op bezwaar) liggende bestemming, die afwijkt van het feitelijk gebruik. Derhalve moest de bestemming, die ingevolge het geldende bestemmingsplan inmiddels op de door de bestreden besluiten bestreken gronden ligt, uiterlijk ten tijde van de bestreden besluiten op die gronden liggen. In de Wvg kan geen reden worden gevonden om de daarin gebruikte terminologie van "bestemming geven aan gronden bij het bestemmingsplan", anders uit te leggen dan in het kader van de WRO. Om te bepalen wanneer een bestemming is gegeven aan de grond, zoekt de rechtbank dan ook aansluiting bij de WRO. Een bestemmingsplan treedt pas in werking als er een goedkeuringsbesluit is van GS, dat aan het einde van de beroepstermijn niet door een schorsingsverzoek is gevolgd of als er een schorsingsverzoek door de Voorzitter van de ABRS is afgewezen. In casu is het schorsingsverzoek tegen het goedkeuringsbesluit van GS afgewezen bij beslissing van de Voorzitter ABRS van 20 juli 1999. Nu de bestreden besluiten zijn genomen op 28 juni 1999 heeft deze gang van zaken tot gevolg, dat ten tijde van die besluiten geen sprake was van een bestemming die aan de litigieuze gronden was gegeven welke niet agrarisch is en welke bovendien afwijkt van het gebruik. Met andere woorden: het voorkeursrecht is te vroeg gevestigd. De raad van de gemeente Groningen, verweerder. mr. A.H.J. Lennaerts

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Raad van de gemeente Groningen

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Raad van de gemeente Groningen

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.