Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBGRO:2001:AA9923

Rechtbank Groningen · 12-01-2001 · zaaknummer AWB 00/870 BESLU G V06

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In redelijkheid twijfel mogelijk of art. 1:6 Awb ook ziet op vrijwillig verblijf in een TBS-kliniek. Rechtbank heeft zich bij uitspraak op grond van art. 8:54 Awb kennelijk onbevoegd verklaard. In verzet is de vraag aan de orde of daarover in redelijkheid geen twijfel mogelijk was. Vast staat dat opposant, die met een zekere regelmaat op vrijwillige basis in de Dr. S. van Mesdagkliniek verblijft, heeft verzocht om vrijwillig te worden opgenomen in deze kliniek. Besluiten die zijn genomen in het kader van een vrijwillig verblijf in een dergelijke inrichting zijn blijkens de tekst van art. 1:6 Awb niet aan het regime van de Awb onttrokken. Uitzondering van dergelijke besluiten zou ook niet aansluiten bij de ratio van art. 1:6 Awb. De ratio van art. 1:6 Awb is blijkens de Memorie van Toelichting te voorkomen dat het systeem van het materiële en formele strafrecht - het penitentiaire recht daaronder begrepen - te zeer zou worden doorkruist. Een vermenging van rechtssferen zou, gelet op het feit dat de strafrechtelijke regelgeving uitputtend is bedoeld, ongewenst zijn. Ook de mededeling in de Memorie van Toelichting bij de Beginselenwet verpleging ter beschikkinggestelden (BVT), dat de Awb op het handelen van bij verpleging betrokken bestuursorganen niet van toepassing is, wordt uitdrukkelijk in dit verband gedaan. Bij een vrijwillig verblijf in een penitentiaire inrichting of een TBS-kliniek is het strafrecht niet in het geding, zodat doorkruising van het strafrecht niet hoeft te worden gevreesd. Gelet op tekst en ratio van art. 1:6 Awb komt de rechtbank tot het oordeel dat er in redelijkheid twijfel mogelijk was over de vraag of de Awb op besluiten die in het kader van een vrijwillig verblijf in een inrichting als de Dr. S. van Mesdagkliniek, in hoofdzaak bestemd voor de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen, niet van toepassing is. De rechtbank heeft derhalve het onderzoek niet kunnen sluiten op grond van de overweging dat zij kennelijk onbevoegd was. Verzet gegrond. A te B, opposant. mr. B.J.H. Hofstee

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.