Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBGRO:2000:AA6711

Rechtbank Groningen · 04-08-2000 · zaaknummer AWB 99/1073 NABW V13

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Zesmaandenjurisprudentie niet zonder meer van toepassing gezien dwingendrechtelijke terugvorderingsbepalingen in Abw. Terugvordering bijstandsuitkering ad fl. 26.947,62 gedurende de periode 1 september 1996 t/m 31 augustus 1998 i.v.m. schending inlichtingenplicht. Eiseres stelt dat verweerder niet meer bevoegd is om terug te vorderen over de periode na 16 mei 1998, zijnde zes maanden na ontvangst van de anonieme brief waarin wordt gesteld dat eiseres werkzaamheden verrichtte tijdens ontvangen van bijstand. Rechtbank: De terugvorderingsbepalingen van de Abw, waaronder het in dit geding toepasselijke art. 81.1 dragen een dwingend karakter. Zij verplichten het bestuursorgaan tot terugvordering van hetgeen ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is betaald, behoudens de aanwezigheid van dringende redenen om van terugvordering af te zien. Gelet op dit dwingend karakter van de toepasselijke terugvorderingsbepalingen kan naar het oordeel van de rechtbank de zesmaandenjurisprudentie niet zonder meer toepassing vinden. Aanvaarding van een ander standpunt zou er immers toe leiden dat schending van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur - in dit geval het zorgvuldigheidsbeginsel - het bestuursorgaan noopt tot het handelen in strijd met een - dwingend - wettelijk voorschrift. Dit kan volgens bestendige jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep alleen worden aanvaard indien zich bijzondere omstandigheden voordoen waarin strikte toepassing van een dwingende wetsbepaling in die mate in strijd zou komen met ongeschreven recht, dat zij op grond daarvan geen rechtsplicht meer kan zijn ("contra-legem"-criterium). Evenmin kan de zesmaandenjurisprudentie als zodanig langs de weg van toepassing van de in art. 78.3 Abw neergelegde hardheidsclausule een ingang vinden. Volgens de geschiedenis van de totstandkoming van deze wetsbepaling kunnen dringende redenen alleen worden aangenomen in incidentele gevallen gebaseerd op een individuele afweging van alle relevante omstandigheden, waarbij het moet gaan om omstandigheden die voor de betrokkene onaanvaardbare consequenties met zich brengen. Van een algemene of categoriale afwijking kan blijkens de wetsgeschiedenis geen sprake zijn. Het hanteren van een - vaste - termijn van zes maanden strookt naar het oordeel van de rechtbank niet met de aldus verwoorde bedoeling van de wetgever. Dit neemt niet weg dat er in het individuele geval dringende redenen kunnen om in verband met de handelwijze van een bestuursorgaan jegens betrokkene naar aanleiding van een signaal als in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep bedoeld, de terugvorderingsperiode te beperken of het bedrag van de terugvordering anderszins te matigen. De vraag of van zodanige redenen sprake is, en zo ja, in welke mate dit moet leiden tot beperking van de terugvorderingsperiode of matiging van de terugvordering, dient te worden beantwoord aan de hand van een op het concrete geval toegesneden, individueel bepaalde, afweging van alle relevante omstandigheden. Blijkens de wetsgeschiedenis kunnen daarbij de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, een rol spelen. Bij een weinig gerichte en niet voldoende geconcretiseerde melding is evenwel geen sprake van een signaal als bovenbedoeld omdat niet aanstonds duidelijk is dat ten onrechte uitkering wordt betaald. Alvorens te kunnen overgaan tot een eventuele wijziging in de uitbetaling van de uitkering, en op deze wijze (verdere) onverschuldigde betaling te voorkomen, dient hiernaar nader onderzoek te worden verricht. Vanaf het moment dat een beslissing over de aanpassing van de uitkering mogelijk is, zal van het bestuursorgaan een voldoende alerte reactie mogen en moeten worden verwacht. I.c. was gelet op de aard en de inhoud van de - anonieme - fraudemelding, nader onderzoek noodzakelijk. Van een signaal waarop een voldoende alerte reactie van verweerders mocht en moest worden verwacht is naar het oordeel van de rechtbank daarom geen sprake. Niet kan dan ook worden gezegd dat verweerders door hun handelwijze ter zake deze fraudemelding enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur hebben geschonden. Derhalve geen dringende redenen gelegen om de terugvorderingsperiode te beperken of het terugvorderingsbedrag anderszins te matigen. Andere omstandigheden heeft eiseres niet gesteld. Nog daargelaten welke praktische betekenis een - afzonderlijke - toetsing aan het hiervoor vermelde contra-legem criterium nog toekomt naast toepassing van de hardheidsclausule, doet zich een situatie waarbij toetsing aan dat criterium aan de orde is, gezien het hiervoor overwogene, hier in elk geval niet voor. Beroep echter gegrond nu de wijze van herziening van de uitkering onjuist was en de hoogte van terugvorderingsbedrag niet juist is vastgesteld. Burgemeester en wethouders van Groningen, verweerders. mr. G. Laman

Rechters

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.