ECLI:NL:RBGEL:2026:3523
Rechtbank Gelderland · 15-04-2026 · zaaknummer 11612307
Inhoudsindicatie
Huur bedrijfsruimte. Bewijsopdrachten. Huurder beroept zich op dwaling. Hij heeft de huurovereenkomst getekend in de veronderstelling dat hij na ondertekening onmiddellijk schriftelijke toestemming van verhuurder zou krijgen voor de onderverhuur van de bovenverdieping van de bedrijfsruimte. Na ondertekening van de huurovereenkomst bleef de schriftelijke toestemming echter uit. Huurder zou naar zijn zeggen de huurovereenkomst nooit hebben gesloten als hij de bovenverdieping niet zou mogen onderverhuren. Verhuurder heeft dit gemotiveerd betwist. De kantonrechter oordeelt dat het debat tussen partijen er niet toe leidt dat als vaststaand kan worden aangenomen dat huurder toestemming van verhuurder had voor onderverhuur van de bovenverdieping van de bedrijfsruimte. Voor de vraag of huurder heeft gedwaald bij de totstandkoming van de huurovereenkomst is dat echter wel van belang dit vast te stellen. Overeenkomstig zijn bewijsaanbod zal huurder in de gelegenheid worden gesteld zijn stelling te bewijzen. Uit hoofde van proceseconomie zal verhuurder ook overeenkomstig zijn bewijsaanbod in de gelegenheid worden gesteld bewijs te leveren van zijn stelling dat hij annulerings- en makelaarskosten heeft gemaakt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
