ECLI:NL:RBGEL:2026:3219
Rechtbank Gelderland · 22-04-2026 · zaaknummer 444104
Inhoudsindicatie
Verwikkelingen rond de aankoop in 2011 van het Gelva-complex in de gemeente Vaals en de financiering ervan. Bestuurder van kopende vennootschap spreekt vier partijen aan: de bank die de aankoop van het complex heeft gefinancierd, de twee bestuurders van de verkopende vennootschap en een medewerker van de bank. Over de bank oordeelt de rechtbank dat zij bij de financiering van de aankoop van het complex niet haar zorgplicht heeft geschonden. Over de bestuurders van de verkopende vennootschap oordeelt de rechtbank dat de rechtbank Limburg (locatie Maastricht) bij vonnis van 20 juli 2016 reeds heeft geoordeeld dat de verwijten aan hen niet terecht zijn en dat dit vonnis van die rechtbank in deze procedure gezag van gewijsde heeft (art. 236 Rv). Over de medewerker van de bank oordeelt de rechtbank dat hij, aangenomen dat hij eiser heeft aangesproken op grond van een overeenkomst van borgtocht, daarmee niet onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank wijst de vorderingen daarom af.
Advocaten
- A.W. Hooijen
- B.W. Wijnstekers
- E. Boerwinkel
- E. Schippers
- J.A. Stal
- S.H. Keijzer
- S.N. Peijnenburg
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
