ECLI:NL:RBGEL:2022:1046
Rechtbank Gelderland · 28-02-2022 · zaaknummer AWB 20/5616 en 21/206
Inhoudsindicatie
20/5616: het Werkbedrijf heeft met het primaire besluit namens verweerder de voorziening Participatieplaats op grond van de Participatiewet (Pw) ten onrechte beëindigd. In bezwaar heeft verweerder het primaire besluit herroepen en beslist dat het Werkbedrijf zich zal inspannen om voor eiseres een nieuwe invulling te vinden voor de participatieplaats. De participatieplaatsovereenkomst die tussen verweerder, eiseres en de inlenende werkgever is gesloten, is eenzijdig door deze werkgever beëindigd. Verweerder is tekortgeschoten in de inspanningsverplichting die hij, op grond van artikel 7, eerste lid, onder a 1º van de Pw jegens eiseres heeft door te berusten in de tussentijdse beëindiging door de inlenende werkgever. Van verweerder had verwacht mogen worden dat hij deze werkgever had gehouden aan haar contractuele verplichtingen door, op het moment dat duidelijk werd dat de participatieplaats voortijdig dreigde te eindigen, het initiatief te nemen tot het organiseren van een overleg tussen alle partijen, temeer nu de overeenkomst op dat moment nog voortduurde. Ook is de rechtbank van oordeel dat met de herroeping van het primaire besluit I bij het bestreden besluit I de onrechtmatigheid van dit primaire besluit een vaststaand gegeven is. Eiseres claimt schade geleden te hebben door onrechtmatig handelen van verweerder, de inlenende werkgever en de onderwijsinstelling waar zij studeerde. De rechtbank is op grond van artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen bevoegd te oordelen over schade die eiseres lijdt of zal lijden door het afgeven van het onrechtmatige primaire besluit. De rechtbank is niet bevoegd te oordelen over schade die eiseres mogelijk lijdt of zal lijden door eventueel onrechtmatig handelen door de in lenende werkgever en de onderwijsinstelling. De geclaimde schadeposten staand niet in een zodanig verband met het primaire besluit, dat zij verweerder als een gevolg van dat besluit kunnen worden toegerekend. Beroep ongegrond. 21/206: toekenning participatiepremie. Onvolledige besluitvorming door verweerder door niet te beslissen op het bezwaar van eiseres tegen een besluit tot verlaging van het aantal uren van de participatieplaats. Verweerder heeft in beroep alsnog op dit bezwaar beslist en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft geen beroep ingesteld tegen dit besluit op bezwaar. De rechtbank passeert daarom, met toepassing van artikel 6:22 Awb, het gebrek in de besluitvorming. Hoogte van de participatiepremie is juist vastgesteld. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
