ECLI:NL:RBGEL:2021:562
Rechtbank Gelderland · 27-01-2021 · zaaknummer C/05/382758 / FA RK 21-229
Inhoudsindicatie
Betrokkene heeft samen met zijn zorgverantwoordelijke een zelfbindingsverklaring opgesteld op grond van art. 4:1 Wvggz. Deze verklaring heeft een maximale duur van een jaar en is op 22 april 2020 ondertekend door de betrokken partijen. Gelet op art. 5 lid 5 Wvggz dient pas op het moment dat ernstig nadeel dreigt een verzoek voor een zorgmachtiging bij de rechtbank worden ingediend waarna de rechtbank binnen drie werkdagen moet beslissen op dit verzoek. Op dit moment is echter geen sprake van omstandigheden die in de zelfbindingsverklaring staan. Er is bij betrokkene geen sprake van een psychose, hij gebruikt geen harddrugs en softdrugs in een mate dat die zijn gedrag, functioneren en zelfzorg beïnvloedt, hij neemt zijn medicatie in en hij gaat het contact met de ambulante hulpverlening niet uit de weg. De – in het verzoek verzochte – vormen van verplichte zorg zijn op dit moment niet nodig. Gelet op het voorgaande stelt de advocaat van betrokkene zich primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. Subsidiair verzoekt de advocaat om de duur van de machtiging te beperken. Er is sprake van een zelfbindingsverklaring die geldig is tot en met 21 april 2021. Na deze periode kan worden bekeken hoe het met betrokkene gaat en of een zorgmachtiging nog nodig is. Op grond van de stukken en wat ter zitting naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat bij betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis sprake is van ernstig nadeel – zoals genoemd in de zelfbindingsverklaring – waarvoor hij verplichte zorg nodig heeft. Betrokkene neemt volgens het FACT-team zijn medicatie in en rommelt daar wel eens mee. Uiteindelijk neemt hij de medicijnen wel in maar maakt dat telkens wel bespreekbaar. Door de advocaat van betrokkenen wordt betwist dat hij op dit moment in een psychose zit, harddrugs en/of softdrugs gebruikt en het contact met zijn behandelaren uit de weg zou gaan. De rechtbank is door de toelichtingen op zitting onvoldoende gebleken dat dit een onjuiste weergave is van de situatie van betrokkene. Dat betrokkene ‘mogelijk cannabis zou gebruiken’ zoals door de onafhankelijk psychiater in de medische verklaring van 12 januari 2021 is gesteld, is ter zitting onvoldoende onderbouwd. De ‘forse dreigementen’ zoals in dezelfde medische verklaring is gesteld, lijken te zijn achterhaald. Ter zitting is de rechtbank niet gebleken dat betrokkene op dit moment fors dreigend is. Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz: voor gedwongen zorg bestaat geen aanleiding. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.
Rechters
Advocaten
- J. Steenbrink
- L. Ruessink
Officier van justitie
- L. Ruessink
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
