ECLI:NL:RBGEL:2021:2575
Rechtbank Gelderland · 25-05-2021 · zaaknummer AWB - 20 _ 2016
Inhoudsindicatie
Aan de sociale recherche is verklaard dat de ex-partner van de cliënte op haar adres eveneens zijn hoofdverblijf had. Naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep mag in het algemeen worden uitgegaan van de juistheid van een tegenover een sociaal rechercheur of handhavingsspecialist afgelegde en ondertekende verklaring en heeft een latere intrekking of ontkenning van die verklaring weinig betekenis. Ook de door de ex-partner afgelegde verklaring geeft de rechtbank geen reden om niet van de juistheid van de eerder door de cliënte gegeven verklaring uit te gaan. Ook verder bewijs biedt hiervoor voldoende aanwijzingen. Tussen beiden is voorts een ondersteuningsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. Daarin is de vraag gesteld of de budgethouder een partner- of familierelatie met de ondersteuner heeft en bestond de mogelijkheid om aan te kruisen dat de ondersteuner de partner is van de budgethouder. Dit is niet aangekruist en de vraag of de budgethouder een partner- of familierelatie met de ondersteuner heeft, is ontkennend beantwoord. Gelet op wat hiervoor is overwogen, dient geoordeeld te worden dat de cliënte in de overeenkomst onjuiste en onvolledige gegevens aan het college heeft verstrekt. Dit is tijdens het gehoor erkend. Dat dit onbewust is gedaan acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig, te meer nu bij de vraag de opmerking was opgenomen: “Let op: dit is een controlevraag. Is uw antwoord ‘ja’, dan is de arbeidsovereenkomst mogelijk niet de juiste overeenkomst om te gebruiken. Kijkt u dan of de overeenkomst met een partner of familielid mogelijk meer van toepassing is.” De rechtbank acht daarom opzet aannemelijk. Niet in geschil is dat, als de cliënte in de overeenkomst had aangegeven dat het om haar partner ging, aan haar geen pgb zou zijn verstrekt omdat de door hem verleende huishoudelijke hulp is te kenschetsen als gebruikelijke hulp. Gezien het voorgaande dient geconcludeerd te worden dat het college tot intrekking en terugvordering van het pgb heeft kunnen overgaan.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
