ECLI:NL:RBGEL:2020:119
Rechtbank Gelderland · 13-01-2020 · zaaknummer AWB - 18 _ 4956
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de rechtbank is een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Awb een bijzondere vorm van vermogen als bedoeld in artikel 4:41 van de Awb. Artikel 4:72 is dus een bijzondere bepaling ten opzichte van artikel 4:41 van de Awb. Naar het oordeel van de rechtbank volgt de bevoegdheid om (het bedrag van) de vergoeding van de egalisatiereserve vast te stellen waarover de vergoedingsplicht zich op grond van artikel 4:72, vijfde lid, van de Awb uitstrekt, namelijk voor zover deze is opgebouwd uit de verstrekte subsidie, daarom voort uit artikel 4:41, derde lid, van de Awb. Daarmee is gegeven dat ook de verjaringstermijn uit dit artikellid van toepassing is. Die termijn is in dit geval een jaar.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
