ECLI:NL:RBGEL:2019:956
Rechtbank Gelderland · 04-02-2019 · zaaknummer 345602 / FZ RK 18-3019
Inhoudsindicatie
De ouders van een minderjarig kind dat in een pleeggezin woont en onder voogdij staat van Jeugdbescherming Gelderland, verzoeken primair op grond van artikel 1:253q lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) om hen gezamenlijk te belasten met het ouderlijk gezag. De rechtbank wijst op grond van artikel 1:253b BW juncto artikel 1:253c BW dit verzoek af omdat er in de gegeven omstandigheden gegronde vrees bestaat dat de belangen van de minderjarige worden verwaarloosd indien de ouders met het ouderlijk gezag worden belast. De ouders verzoeken subsidiair op grond van artikel 1:377a BW een omgangsregeling vast te stellen tussen hen en de minderjarige welk verzoek eveneens door de rechtbank wordt afgewezen omdat de huidige omgangsregeling recht doet aan het belang van de minderjarige om zich voorspoedig te kunnen ontwikkelen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
