ECLI:NL:RBGEL:2019:1277
Rechtbank Gelderland · 19-03-2019 · zaaknummer C/05/350755 / KG RK 19-218
Inhoudsindicatie
De wrakingskamer is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat verzoekers pas na ontvangst van de mail van de rechters van 4 maart 2019 ontdekten dat de rechters die over de hoofdzaak hadden beslist ook de ontnemingsvordering zouden behandelen. Dit betekent dat verzoekers binnen bekwame tijd na op zijn laatst 22/30 januari 2019 een wrakingsverzoek hadden kunnen en moeten indienen. De sindsdien verstreken periode is echter te groot. Niet gezegd kan worden dat het wrakingsverzoek is ingediend zodra de feiten en omstandigheden daartoe aan verzoekers zijn gebleken. Verzoekers zijn niet-ontvankelijk in hun verzoek.
Rechters
Advocaten
- J.J.H. van Laethem
- K.A.M. van Hoof
- M.A. Janssen-van Leeuwen
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
