ECLI:NL:RBGEL:2018:5729
Rechtbank Gelderland · 19-12-2018 · zaaknummer 316795 vs 19-12-2018
Inhoudsindicatie
Twee broers hebben onrechtmatig gehandeld door geld naar zichzelf te schuiven dat toebehoorde aan een onderneming die de exploitatie en het beheer verzorgde van een winkelcentrum met kantoren in Brussel. De ene broer was bestuurder van die onderneming, de andere broer gaf feitelijk leiding aan enkele rechtspersonen die verbouwings- en advieswerkzaamheden ten behoeve van de onderneming zouden hebben verricht, hetgeen door gedaagden in deze procedure niet inzichtelijk is gemaakt, althans niet voor de bedragen die in rekening zijn gebracht. Ook heeft de onderneming betaald voor de faillissementen waarbij beide broers persoonlijk waren betrokken. In totaal dienen de broers ruim € 360.000,00 aan de onderneming terug te betalen. Eiseressen hebben onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat andere familieleden en hun vennootschappen in groepsverband hebben gehandeld overeenkomstig artikel 6:166 BW. De vorderingen jegens deze gedaagden zijn daarom afgewezen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
