ECLI:NL:RBGEL:2017:4976
Rechtbank Gelderland · 13-09-2017 · zaaknummer C/05/312385 / HA ZA 16-623
Inhoudsindicatie
IE-zaak. Gedaagde in conventie handelt in het kader van het merkenrecht in strijd met artikel 2.20 lid 1 sub b en d BVIE. In het kader van het handelsnaamrecht is sprake van gescheiden markten, dus geen verwarringsgevaar, dus geen overtreding van artikel 5 Hnw. Ten slotte heeft eiseres in conventie onvoldoende bijkomende omstandigheden gesteld voor onrechtmatig handelen van gedaagde in conventie. Vorderingen in conventie deels toegewezen. In reconventie wordt het beroep op artikel 2.28 lid 1 sub b en c BVIE, strekkende tot nietigverklaring van het woord-/beeldmerk van eiseres in conventie, afgewezen. Proceskosten toegewezen op grond van artikel 1019h Rv.
Rechters
Advocaten
- A.I.P. Martens
- L.L.A.M. Thissen
- R.M. van Rompaey
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
