ECLI:NL:RBGEL:2016:6433
Rechtbank Gelderland · 29-11-2016 · zaaknummer AWB - 15 _ 6257
Inhoudsindicatie
AWBZ. Weigering om met terugwerkende kracht een pgb toe te kennen. Eiser wil zorg inkopen bij een zorgverlener waarnaar verweerder een onderzoek uitvoert. Artikel 2.6.4, eerste lid onder q van de Regeling subsidies AWBZ (Rsa) ziet uitsluitend op de inhoudelijke kwaliteit van de zorg, niet op de administratie. Bij een weigering over een periode die reeds is verstreken moet verweerder concreet motiveren waarom er aanwijzingen zijn dat in het geval van deze belanghebbende geen kwalitatief goede zorg is verleend. Daaraan is niet voldaan, terwijl er aanwijzingen in het dossier te vinden zijn dat de verleende zorg wél kwalitatief goed was. Artikel 2.6.4, eerste lid onder p van de Rsa ziet op de regiefunctie die de budgethouder moet hebben. Anders dan onderdeel q ziet dit ook op de vraag of de budgethouder de zorgverlener zo kan aansturen dat de budgethouder bij een verantwoording van het pgb aan de verplichtingen kan voldoen. Bij een weigering over een periode die reeds is verstreken moet verweerder ook hier concreet motiveren waarom er aanwijzingen zijn dat de aansturing niet zodanig is geweest dat de budgethouder bij een verantwoording aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen. In dat kader is verweerder bevoegd reeds stukken op te vragen die normaliter pas bij de verantwoording aan de orde zouden komen en om deze stukken inhoudelijk te beoordelen. In dit geval is op basis van die beoordeling voldoende aannemelijk dat de budgethouder bij een verantwoording niet aan zijn verplichtingen zou kunnen voldoen. Dit vloeit voort uit het feit dat de budgethouder kennelijk onvoldoende regie heeft gevoerd over de wijze waarop de zorgverlener de administratie van de verleende zorg voerde. Artikel 2.6.4 van de Rsa bevat slechts gebonden bevoegdheden. Nu verweerder terecht heeft geconstateerd dat zich een situatie als bedoeld in onderdeel p voordoet, heeft verweerder ook terecht geweigerd een pgb toe te kennen. De omstandigheden die eiser noemt kunnen in het kader van een belangenafweging van belang zijn. Gele top het verplichtende karakter van artikel 2.6.4 van de Rsa is er voor een dergelijke belangenafweging echter geen ruimte.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
