ECLI:NL:RBGEL:2016:6313
Rechtbank Gelderland · 22-11-2016 · zaaknummer 05/800036-16
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat er niet voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de onder 1 primair ten laste gelegde de poging moord. Wel acht de rechtbank poging doodslag bewezen. Ook de poging zware mishandeling die onder feit 2 primair ten laste is gelegd en de mishandeling onder feit 3 acht de rechtbank bewezen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, kort hierop aan een poging tot zware mishandeling en kort daarop aan de mishandeling van zijn (ex)echtgenote. Op de avond van 14 juni 2016 heeft verdachte zijn (ex)echtgenote in de tuin van haar huis opgewacht en heeft haar – al worstelend – naar binnen geduwd. Vervolgens heeft hij haar met een mes in haar zij/borstkast gestoken, heeft haar hardhandig beetgepakt, heeft haar op de grond gegooid, is boven op haar gaan zitten, heeft haar bij de keel gepakt en heeft deze keel dichtgeknepen gehouden. Ook heeft hij aangeefster in haar gezicht en tegen haar hoofd geslagen. Door dit handelen, heeft verdachte een levensbedreigende inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De forensisch arts heeft in zijn rapport met betrekking tot de steekwond in de zij/borstkast beschreven dat er door de steekverwonding een (levensbedreigende c.q. dodelijke) klaplong is ontstaan en dat steekwonden in de borstkast in het algemeen potentieel levensbedreigend c.q. dodelijk letsel kunnen zijn. De rechtbank heeft bij de straftoemeting acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting inzake feiten, soortgelijk aan het bewezen verklaarde en neemt voorts mee dat er geen sprake is van een ‘doorsnee’ poging doodslag gelet op het feit dat er zowel bij verdachte als bij aangeefster, naar aanleiding van de ‘vechtscheiding’, sprake was van hevige emoties waardoor een en ander uit de hand is gelopen. Door niet mee te werken aan een psychologisch onderzoek, heeft verdachte geen inzage gegeven in zijn geestgesteldheid. Voorts zijn de problemen over de scheiding tussen verdachte en aangeefster nog steeds niet opgelost. Dit alles maakt dat de rechtbank zal afwijken van de eis van de officier van justitie en verdachte zal veroordelen tot onder andere een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Een en ander tegen elkaar afwegend ziet de rechtbank aanleiding verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 3 jaar. Anders dan door de officier van justitie gevorderd, zal zij een fors deel daarvan, te weten 1 jaar, voorwaardelijk opleggen. Enerzijds wordt daarmee de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht, anderzijds wordt deze strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- M.J.G. Jolink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
