ECLI:NL:RBGEL:2016:4141
Rechtbank Gelderland · 29-07-2016 · zaaknummer 4929105
Inhoudsindicatie
FNV vordert een verklaring voor recht dat Smit Draad onrechtmatig heeft gehandeld door haar werknemers bloot te stellen aan arbeidsomstandigheden die schadelijk kunnen zijn geweest voor haar werknemers en dat zij (daarom) aansprakelijk is voor de daarmee samenhangende schade. Deze vordering is gebaseerd op art. 3:305a BW dat het instellen van een collectieve actie mogelijk maakt. Op grond van deze bepaling kan FNV een rechtsvordering instellen die strekt tot bescherming van ‘gelijksoortige belangen’. Aan de eis van ‘gelijksoortige belangen’ is voldaan indien de belangen ter bescherming waarvan de rechtsvordering strekt, zich lenen voor bundeling, zodat een efficiënte en effectieve rechtsbescherming ten behoeve van de belanghebbenden kan worden bevorderd. Aldus kan immers in één procedure geoordeeld worden over de door de rechtsvordering aan de orde gestelde geschilpunten en vorderingen, zonder dat daarbij de bijzondere omstandigheden aan de zijde van de individuele belanghebbenden betrokken behoeven te worden (vgl. HR 26 februari 2010, LJN BK5756, NJ 2011/473). De kantonrechter oordeelt dat niet aan deze eis is voldaan omdat de vordering te algemeen is geformuleerd. Indien een werknemer Smit Draad aansprakelijk wil stellen voor geleden (gezondheids)schade zal namelijk duidelijk moeten zijn met welke schadelijke stoffen hij op het werk bij Smit Draad in aanraking is gekomen. FNV wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in deze vordering. FNV vordert verder dat Smit Draad een aantal veiligheidsmaatregelen neemt. Nu op deze vorderingen definitief zal worden beslist heeft FNV geen belang meer bij haar provisionele vorderingen ex art. 223 Rv (zie hierover ook het tussenvonnis van 25 maart 2016 (eclinummer 2016:4140). De vordering tot het treffen van veiligheidsmaatregelen is (tevens) gebaseerd op art. 3:305a BW. Het ontvankelijkheidsverweer van Smit Draad ziet, zo begrijpt de kantonrechter, niet op deze vorderingen. Voor zover dat wel het geval is, wordt verwezen naar hetgeen daarover is overwogen in het tussenvonnis van 25 maart 2016. Daarin is geoordeeld dat FNV ontvankelijk is in deze vordering(en). De kantonrechter blijft daarbij. Anders dan bij de gevorderde verklaring voor recht, is immers duidelijk dat (subgroepen) van werknemers van Smit Draad een collectief belang bij deze gevorderde maatregelen (kunnen) hebben en dat zij bij toewijzing (toewijsbaarheid) van die vorderingen niet ieder een daartoe strekkende procedure tegen Smit Draad aanhangig hoeven maken. Een groot deel van de gevorderde veiligheidsmaatregelen is inmiddels door Smit Draad genomen. De overige vorderingen worden grotendeels afgewezen omdat zij niet goed zijn onderbouwd of omdat ze te vaag zijn geformuleerd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
