Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBGEL:2016:1062

Rechtbank Gelderland · 01-03-2016 · zaaknummer 14 / 4490

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 26-02-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Immateriële schadevergoeding. Aparte uitspraak over het verzoek om schadevergoeding, nadat de rechtbank in juli 2014 uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaken. Toepassing van beslissingen in het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252. Overschrijding van de redelijke termijn tussen eerste bezwaarschrift en uitspraak rechtbank in de hoofdzaken bedraagt 6,5 maanden. Geen bijzondere omstandigheden die leiden tot verlenging van de termijn. Gesteld verwijtbaar optreden van verweerder in de beroepsfase is geen reden tot verkorting van de termijn. Ook overschrijding van de redelijke termijn van 1 jaar voor het doen van uitspraak op het verzoek om immateriële schadevergoeding. Overschrijding met 7,5 maanden. Totale overschrijding bedraagt aldus 14 maanden, afgerond tot drie halve jaren ter waarde van € 500 is € 1.500. Alle zaken hebben in hoofdzaak betrekking op hetzelfde onderwerp, al gaan de aanslagen over meerdere belastingmiddelen (IB, OB en Zvw). De omstandigheid dat in sommige belastingjaren ook nog andere correcties aan de orde waren dan de belangrijkste correcties die in alle jaren spelen, maakt dit niet anders. Het maakt niet uit dat de werkzaamheden niet in alle zaken gelijk waren. De regeling over samenhangende zaken in het Besluit proceskosten bestuursrecht is niet van toepassing. Toerekening: overschrijding in bezwaarfase van 2,5 maanden leidt tot € 500 voor de Belastingdienst; overschrijding in beroepsfase van 11,5 maanden leidt tot € 1.000 voor de Staat. Rechtbank wijkt af van berekeningsmethode met breuken in overzichtsarrest Hoge Raad, omdat de Staat anders meer dan € 1.000 moet betalen terwijl de aan de Staat toerekenbare overschrijding minder dan 12 maanden bedraagt. De rechtbank gaat ervan uit dat de Hoge Raad dat onlogische gevolg niet heeft bedoeld. De Staat wordt in de helft van de proceskosten veroordeeld; de Belastingdienst in de andere helft.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.