ECLI:NL:RBGEL:2015:7844
Rechtbank Gelderland · 12-11-2015 · zaaknummer 290581
Inhoudsindicatie
Curator vordert in kort geding een voorschot op het uiteindelijke faillissementstekort, nadat rechtbank en hof hebben geoordeeld dat sprake is van onbehoorlijk bestuur en dus aansprakelijkheid voor het faillissementstekort aan de zijde van gedaagde. Het cassatieberoep van gedaagde loopt nog. Het verweer dat het arrest van het hof nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, zodat de aansprakelijkheid van gedaagde mogelijk komt te vervallen als de Hoge Raad tot een ander oordeel komt dan het hof, faalt. Uitgangspunt is dat de kortgedingrechter in beginsel zijn oordeel moet afstemmen op dat van de bodemrechter, ongeacht of diens vonnis of arrest in kracht van gewijsde is gegaan. Niet gebleken van omstandigheden die zouden leiden tot een uitzondering op dit uitgangspunt. I dit kort geding wordt dus de aansprakelijkheid van gedaagde voor het faillissementstekort als vaststaand aangenomen. Met inachtneming van het criterium voor toewijzing van een geldvordering in kort geding wijst de voorzieningenrechter het gevorderde voorschot voor ongeveer de helft toe en voor de rest af.
Rechters
Advocaten
- G. de Gelder
- J.E.M. Oude Kempers
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
