ECLI:NL:RBGEL:2015:3304
Rechtbank Gelderland · 26-05-2015 · zaaknummer AWB - 14 _ 411
Inhoudsindicatie
Verweerder was bevoegd handhavend op te treden ten opzichte van het ketelhuis. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat ten tijde van het bestreden besluit geen sprake was van concreet zich op legalisatie. Voorts is niet gebleken dat handhavend optreden in dit geval zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van dergelijk optreden behoort te worden afgezien. Inzake de gestelde begunstigingstermijn is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat deze termijn onredelijk kort is. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het vastgestelde bedrag niet in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de herhaalde dwangsomoplegging.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
